Afspraken van onder meer supermarkten en producenten over de 'kip van morgen', die iets diervriendelijker is geproduceerd dan de klassieke 'plofkip', beperken de concurrentie. Dit stelt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in een maandag gepubliceerde analyse.

Supermarkten, producenten en verwerkers hebben onderling afspraken gemaakt over de verkoop van kippenvlees met meer dierenwelzijn voor kippen; de 'kip van morgen'.

Onderdeel van hun afspraak is dat op termijn de plofkip uit de schappen wordt gehaald. De mededingingswaakhond vindt dat dit de concurrentie te veel beperkt.

Door de afspraken krijgt de kip iets meer ruimte dan de plofkip, meer strooisel op de stalvloer en leeft de kip een paar dagen langer. Ook worden milieumaatregelen genomen. Maar dit is niet genoeg om in aanmerking te komen voor een uitzondering op het kartelverbod, zegt de ACM.

Voordelen

Een voorwaarde daarvoor is dat de voordelen voor de consument groter zijn dan de nadelen, zoals het beperken van de keuzes en een hogere kostprijs. De toezichthouder heeft onderzocht of de maatregelen door consumenten worden gewaardeerd.

''Daaruit blijkt dat de consument voor dierenwelzijns- en milieumaatregelen wel wil betalen, maar niet voor de beperkte verbeteringen van de 'kip van morgen'. Per saldo levert die de consument geen voordeel op'', aldus de ACM.

De mededingingsautoriteit heeft de analyse met de betrokken partijen besproken. Die hebben laten weten naar alternatieven op zoek te gaan voor hun afspraken.

Wakker Dier ziet in het rapport ''vooral een bevestiging dat de kip van morgen een flopkip is''. Supermarkten zouden volgens de organisatie moeten overstappen naar kip met het BeterLeven-Keurmerk. Volgens Wakker Dier zijn de welzijnsvoordelen van de 'kip van morgen' minimaal.