De Nederlandse chemische industrie doet het ondanks moeizame marktomstandigheden in Europa relatief goed. 

Dat meldde branchevereniging VNCI woensdag.

Volgens de VNCI werd het afgelopen jaar geprofiteerd van een sterke dollar, in combinatie met lagere prijzen voor energie.

Daarnaast wisten de bedrijven de economische tegenwind in Europa te compenseren door andere markten aan te boren, kosten te besparen en slimmer samen te werken.

De productie in de eerste negen maanden van het jaar ligt dan ook hoger dan het gemiddelde in Europa, zo merkte de organisatie op. Daarbij ervoer de chemie een stijgende export, terwijl de hele Nederlandse industrie als geheel juist een daling kende van de uitvoer, met 0,5 procent.

Vernieuwingen 

De brancheorganisatie stelt dat chemiebedrijven volgend jaar meer bereid zijn om investeringen te doen. ''Een hoopgevende ontwikkeling omdat er de afgelopen jaren structureel te weinig is geïnvesteerd in noodzakelijke vernieuwingen."

Volgens VNCI zou jaarlijks 2 miljard euro geïnvesteerd moeten worden, dat was de afgelopen bijna tien jaar minder dan 1,5 miljard euro per jaar.

Nederland is na Duitsland en Frankrijk het derde chemieland van Europa en is goed voor bijna 10 procent van de Europese omzet. Op mondiaal niveau is Nederland goed voor een marktaandeel van 1,7 procent.