Veel chemische bedrijven in de regio Rotterdam-Rijnmond nemen het nog steeds niet zo nauw met de veiligheids- en milieueisen.

Dat blijkt uit een promotieonderzoek van criminologe Marieke Kluin van de TU Delft. De bedrijven zijn roekeloos, calculerend of schieten tekort.

Nader onderzoek moet uitwijzen of de conclusies ook opgaan voor andere gevaarlijke bedrijven in Nederland.

Kluin liep drie jaar mee met de inspectiediensten en onderzocht zo vijftien chemische bedrijven in de regio Rotterdam-Rijnmond.

Het aantal is volgens haar representatief voor de meer dan 140 gevaarlijke bedrijven in het gebied, ofwel BRZO-bedrijven. Dat zijn bedrijven die aan de strengste milieu- en veiligheidseisen moeten voldoen.

Het zou de eerste keer zijn dat op een wetenschappelijke manier naar het gedrag van chemische bedrijven is gekeken.

Onderzoek TNO

De Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) ''herkent zich niet in het beeld''. Onderzoek van TNO uit 2012 laat volgens de vereniging zien dat de chemiebedrijven het goed doen op het gebied van veiligheid.

''De bedrijven hebben goede vorderingen gemaakt. Ongevalscijfers geven aan dat de chemische industrie een van de veiligste industrietakken is'', aldus de VNCI.

Resultaten

Tien van de vijftien onderzochte bedrijven faalden. Vier van de vijftien worden in de studie calculerend genoemd.

Deze ondernemingen doen moedwillig niets meer aan veiligheid en milieu dan strikt noodzakelijk is, geven er vrijwel geen geld aan uit en hebben lak aan de autoriteiten, totdat die voor de deur staan. Dan ondernemen ze wel actie.

Roekeloos

Zes bedrijven plaatst de onderzoekster in de categorie roekeloos, omdat die ondernemingen de regels niet kennen, onbekwaam zijn of het belang van veiligheidsregels niet zien.

Kluin vertelt niet welke bedrijven faalden. Hoewel ze onder andere verschillen in grootte en procestechniek, hebben de ondernemingen allemaal wel meer dan 250 mensen in dienst.

Voor zowel de overheid als de burgers moet er meer inzicht komen in het gedrag van chemiebedrijven en in de inspectieresultaten, vindt Kluin. Door nieuwe Europese richtlijnen gaat dat ook gebeuren.

''Als mensen meer toegang hebben tot resultaten kan er net zoiets ontstaan als destijds bij containerterminal Odfjell. Door de publieke opinie besloot de eigenaar daar destijds het bedrijf te sluiten.’’