De Nederlandse Spoorwegen (NS) en dochterbedrijven mogen meedoen aan de aanbesteding van het openbaar vervoer (OV) in Limburg.

De rechtbank in Maastricht heeft dat donderdag bepaald in een kort geding dat vervoersbedrijf Veolia tegen de provincie Limburg had aangespannen.

Veolia meent dat de NS en dochterbedrijven zoals Abellio een concurrentievoordeel hebben omdat ze cruciale informatie hebben over bijvoorbeeld stations, treinen, kaartautomaten en abonnementen.

De rechtbank in Maastricht oordeelde dat niet op voorhand kan worden geoordeeld dat de NS door de provincie Limburg is bevoordeeld. Een eventuele voorsprong van de NS kan niet aan de provincie worden verweten, aldus de rechter. Er is geen reden om de NS uit te sluiten van de aanbesteding, luidt de conclusie.

De aanbesteding in Limburg is uniek omdat de stoptreinen én bussen vanaf 2016 door één bedrijf worden gereden. De winnaar krijgt de opdracht voor 15 jaar. De provincie heeft daarvoor ruim 55 miljoen euro per jaar beschikbaar.

Goedkoop

Directeur Manu Lageirse van Veolia blijft ervan overtuigd dat het proces niet klopt. Hij vreest dat de NS goedkoop kan inschrijven. ''De problemen zijn niet weg. We zullen blijven vechten'', kondigde hij donderdag aan in een reactie.

De NS ontkende donderdag wederom dat onder de kostprijs zal worden ingeschreven.

De Limburgse CDA-gedeputeerde Patrick van der Broeck is blij met de uitspraak maar betreurt dat de aanbesteding door het kort geding enkele weken vertraging heeft opgelopen.

Tot 3 november kunnen gegadigden bieden. Rond het nieuwe jaar wil de provincie de opdracht gunnen. ''Ik hoop dat bedrijven hun energie steken in goede biedingen in plaats van juristen aan het werk zetten om processen te vertragen'', reageerde hij.