Het gaat niet goed met de Nederlanse biobrandstofindustrie. Bedrijven die pionieren met groene biomassa dreigen failliet te gaan of naar het buitenland te verdwijnen.

Dat zegt prof. dr. André Faaij, wetenschappelijk directeur van de Energy Academy in Groningen donderdag in de Volkskrant.

De problemen voor de industrie komen volgens Faaij doordat de milieubeweging tegenstander is van biomassa en de Nederlandse politiek aarzelt.

Faaij stelt in de krant dat het debat over biomassa vergiftigd is en er niets meer gebeurt. "In Nederland dreigt alweer een gemiste kans, net als in de windmolenindustrie, waar we ook ooit voorop liepen", aldus de hoogleraar, die al jaren pleitbezorger is van biomassa.

In Nederland wordt driekwart van alle duurzame energie gemaakt van biomassa uit onder meer planten, bomen en mest. Maar milieuorganisaties als Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds noemen de energiebron niet duurzaam, omdat er oerwoud voor gekapt wordt en zou zorgen voor hogere voedselprijzen.

Faaij stelt echter dat het beeld dat biomassa de voedselprijzen opschroeft niet juist is. Dit zou gebaseerd zijn op cijfers uit 2008 waarbij de prijs van rijst was gestegen. Volgens de hoogleraar had de productie van biomassa daar niets mee te maken.