Ongeveer 70 tot 90 procent van elke euro bilaterale ontwikkelingshulp die Nederland geeft komt terug door een stijging in de export. Dat levert rond de 15.000 banen op.

Dat meldt de Volkskrant op basis van een onderzoek van de IOB, de rekenmeester van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het onderzoek wordt vrijdag gepubliceerd.

Een deel van de export lekt weg naar het buitenland, maar van elke euro blijft 40 tot 55 cent in Nederland. Minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) meldde eerder dat voor elke euro aan ontwikkelingshulp er ongeveer een euro voor terugkomt in de export.

Dat is, volgens de gegevens in de handen van de krant, iets te optimistisch. De economische effecten van hulp via ngo’s, de Wereldbank en het IMF zijn niet onderzocht. De bilaterale hulp is een kwart van de totale ontwikkelingshulp.

Hoe armer het hulpontvangende land, hoe minder geld terugkomt in Nederland. IOB-onderzoeker De Kemp zegt tegen de Volkskrant hierover dat we ons niet per se op de minder arme landen moeten richten. "De groei in veel van de armste landen is juist heel hoog. Je zou kunnen zeggen dat daar meer kansen liggen."