Het huishoudboekje van de overheid staat er op de langere termijn goed voor. Doordat de AOW-leeftijd stijgt, werken we langer door en is het kabinet minder kwijt aan AOW-uitkeringen. 

Door de hervormingen in de zorg dalen de uitgaven daar, net als die voor het openbaar bestuur.

Dat stelt het Centraal Planbureau (CPB) in een donderdag verschenen rapport over de gevolgen van de vergrijzing voor de Nederlandse overheidsfinanciën. Dat zag er tot voor kort slecht uit, maar met dank aan maatregelen van het kabinet is de situatie omgeslagen, blijkt uit het CPB-rapport.

Zo noemen de rekenmeesters en adviseurs van het kabinet de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting de belangrijkste verbetering. Ook hervormingen in de zorg dragen bij aan het verbeteren van de overheidsfinanciën op de langere termijn.

Dan zijn er ook belangrijke neveneffecten. Door het langer doorwerken dragen mensen langer inkomstenbelasting af, genieten ze pas later AOW-uitkeringen en stijgen de inkomsten uit de pensioenuitkeringen.

Vakbonden

Vakcentrales FNV, CNV en VCP pleiten er juist voor om de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd vanaf 2016, zoals dat is afgesproken in het regeerakkoord, niet door te laten gaan.  

"Dat is een voorbeeld van overheidsbeleid dat in de huidige crisissituatie onnodig en ongewenst werkgelegenheid afbreekt in plaats van schept", schrijven de werknemersorganisatie in het woensdag gepresenteerde banenplan.

Aardgasbaten

De indirecte belastingen stijgen als percentage van het bruto binnenlands product, dat wat we met z'n allen in Nederland verdienen, doordat er door ouderen relatief meer geconsumeerd zal worden. De stijging van belastingen en premies is meer dan genoeg om het wegvallen van de aardgasbaten te compenseren, aldus het CPB.

Dat leidt er allemaal toe dat het zogeheten houdbaarheidstekort dat in 2010 nog 4,5 procent bedroeg, volgend jaar is omgeslagen in een overschot van 0,4 procent van het bbp. Het houdbaarheidssaldo zijn de ontvangsten en uitgaven van de overheid, gemeten over een langere periode.

Dat houdbaarheidssaldo is wel iets anders dan het begrotingssaldo zoals dat volgens EU-afspraken wordt berekend. Dat ligt volgend jaar nog op een tekort van 2,1 procent.

Staatsschuld

Als de verbetering van de overheidsfinanciën de komende jaren en decennia doorgaat, dan zal ook de staatsschuld fors dalen.

Die is nu bijna 75 procent, maar gaat daarna dalen naar wat algemeen als een veilige marge wordt gezien, tussen de 40 en 60 procent van het bbp. De schuld zou verder kunnen dalen tot 0 in 2080 en dan kunnen omslaan in een vermogen.