Alle 147 woningcorporaties met een derivatenportefeuille die bestaat uit losstaande contracten zijn geslaagd voor de vierde stresstest derivaten van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV).

Dat houdt in dat alle corporaties op peildatum 31 december 2013 voldoende financiële buffer hadden om te voldoen aan zogenoemde bijstortverplichtingen bij een fictieve rentedaling van 2 procentpunt. Eind 2012 zakten nog tien corporaties voor de stresstest.

Minister Stef Blok van Wonen en Rijksdienst heeft de Tweede Kamer maandag geïnformeerd over de uitkomsten van de test.

De stresstest voor woningcorporaties is in het leven geroepen toen bleek dat woningbouwcorporatie Vestia in grote financiële problemen was geraakt door het bezit van forse bedragen aan derivaten.

Derivaten zijn afgeleide beleggingsproducten. De waarde van een derivaat wordt bepaald door de waarde van een ander beleggingsobject, zoals aandelen en olie.

Corporaties proberen zich met derivatencontracten te verzekeren te verzekeren tegen rentestijgingen. Maar als de rente daalt, moeten ze juist geld bijstorten.

Onderliggende waarde

De onderliggende waarde van de derivatenportefeuille van de 147 corporaties bedroeg eind vorig jaar 16 miljard euro, 1,1 miljard euro minder dan een jaar eerder.

Bij een fictieve rentedaling van 1 procentpunt zouden corporaties nu nog 321 miljoen euro moeten bijstorten, een jaar eerder was dit met 660 miljoen euro nog ruim het dubbele. Bij een fictieve rentedaling van 2 procentpunt zou dit 871 miljoen euro zijn, tegenover 1,9 miljard euro een jaar eerder.

In de loop van 2014 zal CFV de corporaties die nu met de hakken over de sloot zijn geslaagd opnieuw aan een test onderwerpen.