Familiebedrijven zijn optimistisch over 2014. Twee derde verwacht dit jaar meer omzet te realiseren.

Dat staat in het rapport 'Groeiambities in het familiebedrijf' van het ING Economisch Bureau. Gemiddeld verwachten familiebedrijven een omzetgroei van 7 procent.

Vorig jaar zetten familiebedrijven door de bank genomen een omzetplus van 5 procent in de boeken. Vooral bedrijven die innovatief zijn, voldoende omvang hebben, internationaal actief zijn, financieel solide en in een nichemarkt opereren, boerden goed in 2013. 

"Dit groeicijfer is zeker in deze tijd een enorm knappe prestatie. Gelukkig zijn er kansen genoeg om dit succes door te zetten, vooral in de nieuwe groeilanden in Azië en Afrika", stelt minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking in een reactie.

Krimpbedrijven zagen hun omzet vorig jaar met gemiddeld 10 procent afnemen. Als belangrijkste oorzaken werden vraaguitval van klanten en prijsdruk genoemd. Daarnaast hadden ondernemingen te maken met concurrentie en uitval of uitstel van orders.

Eigen vermogen

Groei wordt binnen familiebedrijven vooral gefinancierd met eigen vermogen. Ze staan nauwelijks open voor financiering door private investeerders of een strategisch partner. Dit komt doordat omdat ze het eigendom volledig binnen de familie willen houden, aldus ING. 

"Door deze voorzichtige aanpak, hebben de meeste familiebedrijven zich goed staande kunnen houden tijdens de recessie. Toch zijn er ook familiebedrijven die harder willen groeien en daar toch externe partners bij zoeken en vinden", verklaart ING directeur Grootbedrijf en Instellingen Ruud van Dusschoten.

De belangrijkste belemmeringen voor groei zijn volgens de ondervraagde familiebedrijven de economische omstandigheden en wet- en regelgeving. Een op de tien ervaart echter helemaal geen drempels.

Voor acht op de tien familiebedrijven is continuïteit de belangrijkste doelstelling. Slechts 20 procent vindt maximale groei belangrijker.

Ondanks de focus op continuïteit realiseren de meeste familiebedrijven zich ook dat groei een middel is om doelen te bereiken. Zo'n 60 procent heeft dan ook een uitgeschreven groeistrategie. Onder snelle groeiers is dit bijna twee derde. Van de krimpbedrijven heeft daarentegen 54 procent een duidelijke groeistategie.

Lees meer over de WvdO in ons dossier