De Nederlandse staat mag de veerdiensten op de Waddenzee niet zomaar onderhands gunnen. Volgens een zwaarwegend advies van advocaat-generaal Nils Wahl van het Europese Hof van Justitie is de Waddenzee namelijk een zee en geen binnenwater.

Daardoor is een openbare aanbesteding in principe verplicht.

De zaak was aanhangig gemaakt door onder meer de Eigen Veerdienst Terschelling (EVT), die graag de veerdienst van en naar dat waddeneiland gegund had gekregen. In 2011 kreeg Rederij Doeksen echter de opdracht van de Nederlandse staat om die veerdienst uit te voeren. Ook bij de andere eilanden werd onderhands gegund.

De overheid vindt dat onderhandse gunning is toegestaan omdat de Waddenzee in feite een Nederlands binnenwater zou zijn.

Stippellijn

Het water wordt bijvoorbeeld afgescheiden van de Noordzee door een 'stippellijn' van de Waddeneilanden. Hierdoor zouden de Europese cabotageregels, die bepaalde vormen van protectionisme toestaan, niet van toepassing zijn. De advocaat-generaal gaat niet mee in deze redenering. Volgens hem berust de naam Waddenzee 'niet enkel op toeval'.

Bij de onderhandse gunning zou Nederland zich ook kunnen beroepen op enkele uitzonderingen in de Europese cabotageregels. Zo zouden de gevaren kilometers te beperkt kunnen zijn, zodat aanbesteding alsnog niet zou hoeven. De advocaat-generaal van het hof meent echter dat ook die uitzonderingen niet gelden op de Waddenzee.

Bindend

Het Hof van Justitie doet over enkele maanden uitspraak. Het advies van de advocaat-generaal wordt hierbij doorgaans overgenomen. Mocht dat gebeuren, dan is de uitspraak bindend voor Nederland.

Het gerechtshof in Den Haag bepaalde eind januari dat EVT mag blijven varen op Terschelling. De rechtbank in dezelfde plaats had daarvoor juist bepaald dat de rederij zijn schepen vanaf 1 februari aan de ketting moest leggen. EVT heeft de dienstregeling op 1 maart hervat.