Provincies die grenzen aan Duitsland of België exporteren relatief veel naar hun buurlanden.

Groningers, Gelderlanders en Limburgers sturen bovengemiddeld veel goederen richting Duitsland, terwijl Zeeland, Noord-Brabant en Limburg juist een meer dan gemiddelde hoeveelheid naar België exporteren. 

Dat meldt het economisch bureau van ING dinsdag. “Waarschijnlijk heeft nabijheid via het eenvoudiger kunnen leggen van handelscontacten, door bijvoorbeeld betere verbindingen en minder reistijd, een positief effect op de export”, aldus het kwartaalbericht.

Voor heel Nederland en alle provincies afzonderlijk is Duitsland de grootste afnemer. In negen provincies is België de nummer twee. 

Voor veel provincies geldt dat vooral technologische producten, zoals machines en apparaten, worden uitgevoerd. 

In Zeeland, Gelderland en Friesland vertegenwoordigen agrifood-producten, zoals zuivel, land- en tuinbouwproducten en vlees de grootste uitvoerwaarde.

In Overijssel en Limburg zijn chemische producten het grootste exportproduct en in Zuid-Holland en Groningen geldt dat voor olie en andere minerale brandstoffen zoals gas.