De tegenorders die de Nederlandse industrie krijgt voor de aanschaf van de Joint Strike Fighter (JSF), zitten nog steeds op het bedrag dat eerder geraamd werd. 

Dat heeft minister Henk Kamp van Economische Zaken vrijdag gezegd na afloop van de ministerraad.

Hij reageerde daarmee op een uitspraak van bestuursvoorzitter Marillyn Hewson van Lockheed Martin in De Telegraaf. Die noemde een bedrag van 7 miljard dollar aan directe tegenorders vanuit Lockheed Martin, de bouwer van het Amerikaanse gevechtsvliegtuig waarvan Nederland er 37 koopt.

Kamp wees erop dat er een raming voor het Nederlandse aandeel in de productiefase is gemaakt van 8 à 10 miljard. Daarvan is 1 miljard al binnengehaald. Van de Amerikanen komt daar naar verwachting nog 7 miljard bij, zei de minister.

Daarnaast is er volgens hem nog 1 miljard die je bij de berekening kunt betrekken. "Ik heb het idee dat we nog binnen die geraamde marge zitten", zei hij.

Kamp benadrukte wel dat "we erg ons best ervoor moeten doen'', omdat orders in de concurrerende markt niet voor het oprapen liggen. De overheid ondersteunt de industrie daarbij. Zo is Maxime Verhagen, ex-CDA-leider en voorganger van Kamp op Economische Zaken, aangesteld om voor de Nederlandse defensie-industrie orders binnen te slepen.

Voorsprong

Omdat Nederland relatief lang de tijd heeft genomen om een besluit over de aanschaf van de JSF te nemen, hebben andere landen als Noorwegen en Italië een voorsprong. Maar volgens Kamp werkt iedereen er hard aan om die achterstand in te halen.

De F-35 is de opvolger van de verouderde F-16. Nederland heeft al twee testtoestellen. Het is de bedoeling dat de eerste operationele F-35 in 2019 aan Nederland wordt geleverd.