Het verdwijnen per 1 januari van vrijwel alle heffingen die ondernemers moeten betalen aan de product- en bedrijfschappen (PBO), levert het bedrijfsleven een lastenverlichting van ongeveer 220 miljoen euro op. 

Dat meldde het ministerie van Economische Zaken maandag.

Product- en bedrijfschappen voeren nu nog allerlei taken uit, zowel voor de overheid als voor het bedrijfsleven.

Voorbeelden van publieke taken zijn bijvoorbeeld het bevorderen van plant- en diergezondheid en dierenwelzijn en voedselveiligheid. Voor het uitvoeren van deze taken moesten ondernemers een bijdrage betalen.

De verplichte heffingen worden afgeschaft, de overheid neemt de publieke taken over en taken voor het bedrijfsleven worden op eigen rekening en op basis van vrijwilligheid uitgevoerd. Dan gaat het bijvoorbeeld om voorlichting en promotie.

Product- en bedrijfschappen stammen uit de jaren 50 van de vorige eeuw. Vooral ondernemers in de land-en tuinbouw hebben ermee te maken. De verplichte heffingen stuitten de afgelopen jaren op steeds meer weerstand. Kritiek was er ook op het vermeende ondemocratische karakter van de schappen.

VVD en PvdA spraken in het regeerakkoord af de schappen op te heffen en de heffingen af te schaffen. Het merendeel van de publieke taken wordt overgeheveld naar Economische Zaken.