Werkgevers willen in goed draaiende sectoren het personeel een loonsverhoging geven. De algemene looneis van drie procent van de FNV wordt echter van de hand gewezen.

Dat blijkt uit een conceptadvies van de Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) aan de eigen onderhandelaars.

De werkgeversorganisatie pleit voor maatwerk bij loonsverhogingen. "We zijn tegen eenheidsworst", verklaart de woordvoerder. Bij bedrijven waar het goed gaat is het goed als ook werknemers daarvan profiteren.

"Sterker nog, werkgevers zijn zelf ook gebaat bij een grotere koopkracht onder werknemers", schrijft de AWVN in de nota. Dit geldt vooral voor bedrijven in de export en de industrie, die nu al goed presteren.

Creatief loonbeleid

Bij bedrijven waar weinig ruimte voor loonsverhoging is, moet naar 'creatief loonbeleid' worden gezocht. Zo zouden de openingstijden van fabrieken of winkels kunnen worden verruimd, zonder toeslagen voor de werknemers. Extra vrije dagen voor ouderen, atv-dagen of bovenwettelijke vakantiedagen kunnen worden ingeruild voor extra loon, zo stelt de werkgeversorganisatie voor.

De AWVN, die namens VNO-NCW de prioriteiten stelt voor het arbeidsvoorwaardenbeleid, zag vorig jaar beperkt mogelijkheden voor loonsverhoging. Gemiddeld namen de lonen in de cao's die tot en met oktober zijn afgesloten met 1,4 procent toe.

Daarbij zijn de verschillen wel groot. In de dienstensector, veelal gericht op binnenlandse consumptie, is vaak sprake van een nullijn. In de industrie en export zijn er uitschieters met meer dan twee procent meer loon.

Looneis

Vakorganisatie FNV verdedigt in een reactie de gestelde looneis van 3 procent. ''We vragen geen idioot hoge looneis. We vragen geen 5 of 6 procent, zoals in Duitsland'', zegt Mariëtte Patijn, arbeidsvoorwaardencoördinator van FNV. ''Werknemers zijn jaren op de nullijn of net iets daarboven gezet. Iedereen heeft last van de lage koopkracht.''

FNV benadrukt daarnaast dat er in cao's ook afspraken gemaakt moeten worden over het repararen van de WW-duur. Uit het advies van AWVN blijkt dat werkgevers hier niets voor voelen. Zij willen liever wachten op een visie hierover van de Sociaal-Economische Raad (SER).