Nederlandse ondernemers moeten meer eigen vermogen in hun bedrijf stoppen. Dat zei vertrekkend topman Jan Hommen van ING zaterdag in De Telegraaf.

Nederlandse ondernemers moeten meer eigen vermogen in hun bedrijf stoppen. Vooral kleinere bedrijven hebben echt behoefte aan meer kapitaal en zouden hun schulden wat meer moeten afbouwen. Dat zei vertrekkend topman Jan Hommen van ING zaterdag in De Telegraaf.

''Banken krijgen wel het verwijt geen leningen meer te verstrekken, maar nog meer schuld op schuld geeft geen groei. Dat beperkt groei'', stelt Hommen.

Volgens hem worden er in Nederland momenteel ook heel veel goede ideeën geboren, waar nu te weinig kapitaal voor beschikbaar is. ''Wij als banken krijgen het verwijt dat we dat niet financieren, maar wij zijn er niet voor om starters te financieren. Daar zijn andere financiers voor, die eigen vermogen, kapitaal, storten.''

Fonds

Onder leiding van de nu 70-jarige Hommen is ING wel begonnen met een fonds om meer kapitaal beschikbaar te stellen. Pensioenfondsen en mensen met extra vermogen kunnen daar geld storten, legt Hommen uit. ''Maar ook grote bedrijven kunnen daarin meedoen.

Want ik denk dat als je de kleinere ondernemingen laat groeien, dat de grote ondernemingen daar baat bij hebben. Het zijn namelijk tegelijk ook hun toeleveranciers en afnemers.''

De ING-topman die op 1 oktober wordt opgevolgd door Ralph Hamers, wijst er wel op dat de regels voor financieren wat versoepeld mogen worden. ''Als er voldoende kapitaal beschikbaar is, moet het banken en ondernemingen ook vrijstaan risico te willen nemen.''

Optimistisch

Toch is Hommen optimistisch over het herstel van de Nederlandse economie. ''Het is lang geleden dat de koopwaardigheid van huizen zo groot was. Wat het kabinet doet om door middel van belastingvrije schenkingen de vermogenspositie van huiseigenaren te verbeteren, is ook een goede zaak. Het gaat er nu om, om vertrouwen te creëren. Dat is een langzaam proces.''

De topbankier benadrukt dat veel mensen pas weer grote uitgaven aandurven als ze voldoende werkzekerheid hebben. Ondernemers moeten hun pijlen volgens hem ook niet alleen op de Nederlandse markt richten, maar ook op groeimarkten buiten Europa.