Bedrijven in de Benelux zijn de afgelopen jaren 879 miljoen tot 1 miljard euro misgelopen als gevolg van spooknota's, valse facturen en piraterij met bankgegevens. 

Het Secretariaat-Generaal van de Benelux vindt daarom een gezamenlijke aanpak in Nederland, België en Luxemburg noodzakelijk. Het samenwerkingsorgaan van de drie landen concludeert dat maandag op basis van eigen onderzoek onder 1153 midden- en kleinbedrijven.

Ruim 4 op de 5 van de ondervraagde ondernemers in de Benelux-landen werd de afgelopen 3 jaar gemiddeld 3 à 4 keer per jaar geconfronteerd met frauduleuze claims. In bijna de helft van de gevallen was de fraudeur in een ander land gevestigd, waarvan 9 procent in één van de Benelux-landen.

Geen exotische oplichters

''Vaak wordt gedacht dat oplichters uit verre exotische oorden komen, bijvoorbeeld Mexico, Afrika of Azië. Maar de meeste van hen komen juist uit eigen land of één van de buurlanden'', benadrukt een woordvoerder.

Een veel voorkomende vorm van oplichting is de zogeheten acquisitie- of advertentiefraude. Dan krijgt een ondernemer een factuur toegestuurd om zijn bedrijf in te laten schrijven in een bepaalde bedrijven- of telefoongids over de grens. Als hij dan nietsvermoedend zijn handtekening zet, zit hij soms een paar jaar vast aan een gids die helemaal niet bestaat.

Gemiddeld liepen de bedrijven wel 5000 euro schade op door de malafide praktijken, zo becijferde het Secretariaat. Toch heeft slechts 12 procent van de respondenten een klacht ingediend.

Machteloos

Veel ondernemers voelden zich machteloos omdat zij het onrecht niet juridisch hard konden maken. Hoewel Europese richtlijnen hierover in de maak zijn, kunnen ondernemingen op dit moment nog geen beroep doen op goede bestaande wetgeving.

In Nederland bestaat een preventiesysteem gericht op dit type fraude (fraudehelpdesk) en Luxemburg boekt resultaten via informatiecampagnes. In België is er wel een wet die dit fenomeen verbiedt, maar daar is weer nauwelijks preventief beleid.

Het Secretariaat-Generaal van de Benelux gaat het probleem bespreken met de bevoegde ministers in Nederland, België en Luxemburg.