Nederland vertrekt met twintig olympische medailles uit Zuid-Korea

De Nederlandse equipe heeft de Olympische Winterspelen van 2018 afgesloten met twintig medailles. Dat zijn er vier minder dan vier jaar geleden, toen een record werd gevestigd in het Russische Sochi.

TeamNL vertrekt met acht gouden, zes zilveren en zes bronzen plakken uit Zuid-Korea. Vier medailles werden opgehaald bij het shorttrack, de overige zestien podiumplekken werden behaald bij het langebaanschaatsen, traditioneel de sterkste wintersport van Nederland.

Op de slotdag van het langebaanschaatsen konden de Nederlandse vertegenwoordigers op de massastart zaterdag nog twee medailles aan het totaal toevoegen. Irene Schouten pakte brons bij de vrouwen en bij de mannen kreeg Koen Verweij diezelfde kleur omgehangen.

De medailleoogst in Zuid-Korea is de op één na grootste ooit voor Nederland op de Winterspelen. In 1998 in het Japanse Nagano waren er 'slechts' elf podiumplekken. Chef de mission Jeroen Bijl had de doelstelling vooraf vastgesteld op vijftien keer eremetaal, met een ondergrens van dertien.

Ten opzichte van acht jaar geleden was TeamNL de afgelopen weken een stuk productiever. In 2010 in het Canadese Vancouver moest Nederland zich tevredenstellen met 'slechts' acht podiumplekken; dat was het laagste aantal sinds 1994 in het Noorse Lillehammer.

Goud

Acht keer goud is een evenaring van het record uit Sochi. De olympische titels in Zuid-Korea kwamen op naam van shorttrackster Suzanne Schulting en schaatsers Carlijn Achtereekte, Sven Kramer, Jorien ter Mors, Kjeld Nuis (twee keer), Esmee Visser en Ireen Wüst.

Voor de shorttrackequipe zijn de vier medailles een veelvoud van het oude record. Sjinkie Knegt, dit keer goed voor zilver op de 1500 meter, was vier jaar geleden de eerste Nederlander ooit die op het podium eindigde bij de Spelen. Naast de Fries kregen ook Yara van Kerkhof, de vrouwenrelayploeg en Schulting een medaille omgehangen in Zuid-Korea.

Met zestien medailles ging de langebaanploeg er liefst zeven op achteruit ten opzichte van vier geleden in Sochi. In Rusland was er acht keer goud, zeven keer zilver en acht keer brons, maar nu moesten de schaatsers genoegen nemen met 'slechts' zeven keer goud, vier keer zilver en vijf keer brons.

In 1952 in Oslo waren er voor het eerst olympische medailles in de wintersporten voor Nederland. De recordoogst bij de Zomerspelen stamt uit 2000, toen 25 keer eremetaal opgehaald mocht worden in het Australische Sydney.

Medailles

Goud
Carlijn Achtereekte (3000 meter, schaatsen), Sven Kramer (5000 meter, schaatsen), Jorien ter Mors (1000 meter, schaatsen), Kjeld Nuis (1000 en 1500 meter, schaatsen), Suzanne Schulting (1000 meter, shorttrack), Esmee Visser (5000 meter, schaatsen), Ireen Wüst (1500 meter, schaatsen)

Zilver
Jorrit Bergsma (10.000 meter, schaatsen), Yara van Kerkhof (500 meter, shorttrack), Sjinkie Knegt (1500 meter, shorttrack), Ploegachtervolging vrouwen (schaatsen), Patrick Roest (1500 meter, schaatsen), Ireen Wüst (3000 meter, schaatsen)

Brons
Antoinette de Jong (3000 meter, schaatsen), Marrit Leenstra (1500 meter, schaatsen), Ploegachtervolging mannen (schaatsen), Relay vrouwen (shorttrack), Irene Schouten (massastart, schaatsen), Koen Verweij (massastart, schaatsen)

Lees meer over:
Tip de redactie