Verbij: 'Klap in mijn gezicht dat gat met Lorentzen zo groot is'

Kai Verbij begon maandag net als landgenoten Ronald Mulder en Jan Smeekens met hoge verwachtingen aan de olympische 500 meter, maar de drie Nederlanders bleven ver verwijderd van het podium. Verbij vond vooral het verschil met winnaar Havard Lorentzen te fors.

"Een tijd van 34,90 in mijn eerste wedstrijd in acht weken is niet eens zo verkeerd", aldus Verbij, die eind december een liesblessure opliep. "Maar het is wel een klap in mijn gezicht dat Lorentzen zo hard rijdt en dat wij als Nederlanders op zo'n groot gat zitten."

De 25-jarige Lorentzen bezorgde Noorwegen de eerste olympische titel op de 500 meter in zeventig jaar door met 34,41 een olympisch record te schaatsen.

De verrassende Zuid-Koreaan Min-kyu Cha pakte zilver in 34,42 en het brons ging naar de Chinees Gao Tingyu (34,65).

De Nederlandse sprinters, vooraf alle drie gezien als kanshebbers voor een medaille, moesten het doen met een zevende (Mulder, 34,83), een negende (Verbij, 34,90) en een tiende plaats (Smeekens, 34,93).

Teleurgesteld

"Ik denk dat Ronald misschien nog wel het meest teleurgesteld is van ons drieën", zei de 23-jarige Verbij over zijn acht jaar oudere teamgenoot. "Ronald was heel erg goed, bij het olympisch kwalificatietoernooi (OKT, red.) was hij heel snel. Het is zonde dat hij het vandaag niet kon laten zien."

"Ik denk dat niemand had verwacht dat Lorentzen zo hard zou rijden, en van Cha zeker niet. Maar ze waren vandaag veruit het beste. Dat is sprinten, je hebt geen garantie op succes. Dat is voor de kijkers leuk maar voor ons wat minder", stelde Verbij met een wrange glimlach.

"Maar als er toch een buitenlander moest winnen, ben ik wel blij dat het Lorentzen geworden is. Hij is een heel aardige kerel en ik denk dat het goed is voor het Noorse schaatsen."

Vraagteken

Verbij merkte maandag zelf dat hij ritme miste bij zijn eerste wedstrijd in 55 dagen. Hij raakte op 27 december tijdens de 500 meter op het OKT geblesseerd en was sindsdien alleen bezig met herstellen en trainen.

"Ik stond aan de start met het doel om een heel mooie race te laten zien en misschien op het podium te rijden, maar het was echt een vraagteken wat ik kon. Dat weet ik nu, maar het was niet genoeg en daar baal ik van."

Verbij was wel blij dat hij met 9,68 een goede opening neerzette. "Dat was het gedeelte van mijn race waar ik het meest onzeker over was. Het is bijna een wonder dat ik hier 9,6 open, maar de rest van mijn race was niet goed genoeg. Ik heb misschien iets te veel op safe gereden."

De regerend wereldkampioen sprint gaat zich nu richten op zijn beste afstand, de 1000 meter van vrijdag. "Dan moet ik echt op scherp staan, want met een rondje als vandaag ga ik er op de 1000 meter ook niet komen."

Lees meer over:
Tip de redactie