Jan Smeekens droomde vooraf van een medaille op de 500 meter bij de Olympische Spelen in Pyeongchang, maar hij kwam met slechts de tiende plaats bedrogen uit.

"Ik wilde op het podium eindigen. Ik wist dat daarvoor een magische rit nodig was. Ik weet ook dat ik het in me heb, maar het kwam er helaas niet uit. De teleurstelling is echt heel groot", zei de wereldkampioen.

Volgens Smeekens reed hij een modale rit. "Niet heel goed, maar ook niet heel slecht. Maar met een gemiddelde race ga je het hier gewoon niet redden. Ik wist meteen dat mijn tijd van 34,93 niet voldoende zou zijn voor een plak. Dat stemt me verdrietig."

Smeekens kwam zondag tijdens de laatste training nog hard in botsing met de boarding op de Gangneung Oval. "Of dat van invloed is geweest? Dat denk ik wel. Het was een soort kleine aanrijding met de auto. Je probeert het weg te stoppen, maar ideaal is anders. Je wordt er zeker niet beter van. Ik heb er een kleine whiplash aan over gehouden. Ik heb hoofdpijn en last van m’n nek."

Smeekens wilde zijn pijnlijke crash echter niet als excuus aanvoeren. "Uiteindelijk liegt de klok niet.''

Lorentzen

De Noor Havard Lorentzen, de Zuid-Koreaan Min-kyu Cha en de Chinees Tingyu Gao gingen er met respectievelijk het goud, het zilver en het brons vandoor. Het verschil tussen Lorentzen en Cha bedroeg maar één honderdste van een seconde (34,41 om 34,42).

De twee andere Nederlanders die meededen aan de kortste sprintafstand, Ronald Mulder en Kai Verbij, moesten genoegen nemen met respectievelijk de zevende en negende plaats.