Jorien ter Mors kan heel goed leven met haar zesde plaats op de 500 meter zondag bij de Olympische Spelen in Pyeongchang. De Nederlandse maakte met 37,53 de nodige indruk.

"Ik opende in 10,50, terwijl mijn snelste 100 meter ooit 10,61 was. En dat reed ik ook nog in Calgary", aldus Ter Mors. "Dit was een heel mooie rit, ik heb er niks op aan te merken."

De winnares van de 1000 meter in Gangneung hoopte zelfs nog heel even op een medaille, maar wist dat dat een brug te ver was toen Brittany Bowe slechts negen duizendsten onder haar tijd dook.

"Ik wist ongeveer wel wat er hier vorig jaar bij de WK afstanden gereden werd, dus een medaille had gekund met deze tijd", doelde Ter Mors op het feit dat de Chinese Jing Yu in 2017 met een tijd van 37,57 WK-brons veroverde in de Gangneung Oval.

"Maar zodra Bowe onder mijn tijd dook, wist ik dat het klaar was. Want ik wist zeker dat Sang-Hwa Lee en Nao Kodaira onder mijn tijd zouden duiken."

WK sprint

Kodaira maakte haar favorietenstatus inderdaad meer dan waar en liet met een olympisch record van 36,95 tweevoudig olympisch kampioene Lee (37,33) en de Tsjechische nummer drie Karolina Erbanova (37,34) ver achter zich.

Het kon de pret niet drukken voor Ter Mors. Na haar olympische titel op de 1000 meter en zaterdag een mooi afscheid bij het shorttrack was de 500 meter niet meer dan een bonus voor de Enschedese.

Ter Mors was bovendien met het oog op het WK sprint, dat op 3 en 4 maart verreden wordt in het Chinese Changchun, zeer tevreden dat ze haar explosiviteit terug heeft nadat ze lang amper kon krachttrainen door problemen met haar rug.

"Het starten gaat nu zelfs beter dan ooit. Ik heb de afgelopen weken door hard te werken veel power teruggekregen en het is mooi dat dat nu in de races terug te zien is."

Ter Mors komt mogelijk nog één keer in actie bij deze Spelen, dinsdag in de B-finale van de relay bij het shorttrack. Bondscoach Jeroen Otter zal pas op de wedstrijddag bepalen welke vier vrouwen in actie zullen komen.