Annouk van der Weijden mocht vrijdag tot de laatste meters van de olympische 5 kilometer hopen op een medaille. Het werd een zeer ondankbare vierde plaats en dat deed veel pijn.

"De tranen kwamen vrij snel", aldus de 31-jarige Van der Weijden, die al in de eerste van zes ritten startte en het slot van de 5 kilometer naast haar familie op de tribune volgde. "Het is niet leuk hè, een vierde plek."

De Zuid-Hollandse haalde in de Gangneung Oval met 6.54,17 ruim twee seconden van haar persoonlijk record af, dat ze pas anderhalve maand geleden gereden had bij het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) in Heerenveen.

Tot de slotrit had alleen de uiteindelijke olympisch kampioene Esmee Visser (6.50,23) die tijd verbeterd en met naast titelverdedigster Martina Sablikova alleen nog de Russische outsider Natalia Voronina aan de start, zag Van der Weijden haar eerste olympische medaille erg dichtbij komen.

"Voronina had voor vandaag 7.02 als beste tijd staan op een laaglandbaan, dus voor de slotrit dacht ik dat het wel heel gek moest lopen wilde ik geen medaille winnen. Maar in het laatste rondje kwam ze toch nog aan mijn tijd."

De Russin, die door de dopingschorsing voor haar land onder neutrale vlag meedoet in Zuid-Korea, was met 6.53,98 precies negentien honderdsten sneller dan Van der Weijden. "Een verschil van maar twee tienden… Dat is nu even heel zuur", zei de Nederlandse.

Massastart

Van der Weijden kon echter niet anders dan concluderen dat ze het maximale uit zichzelf had gehaald. "Het was gewoon een goede rit, ik heb er alles aan gedaan. Dat zag je aan de laatste twee rondjes, het was gewoon op."

"Ik had voor OKT een persoonlijk record van 7.00 staan en dat was vier jaar oud. Als je aan het begin van het seizoen had gezegd dat ik op de Spelen een tijd van 6.54 zou rijden, had ik dat waarschijnlijk niet eens geloofd."

"Ik kan mezelf dus niks verwijten, maar het zou heel mooi geweest zijn als deze race beloond was met een medaille."

Van der Weijden komt volgende week zaterdag nog in actie op de massastart, samen met Irene Schouten. "Daar gaan we zeker nog wel wat moois laten zien, maar nu is het even balen."