Met de gouden medaille van schaatsster Esmee Visser staat Nederland na zeven wedstrijddagen op de Olympische Spelen in Pyeongchang al op dertien plakken. Daarmee voldoet TeamNL nu al aan de vooraf door chef de mission Jeroen Bijl uitgesproken 'ondergrens'.

Bij de vorige Winterspelen in Sochi verbraken de Nederlandse sporters met liefst 24 medailles ruimschoots het record.

Dat stond sinds 1998 op naam van de Spelen in Nagano, waar de Nederlandse sporters zich verzekerden van elf keer eremetaal.

Een dag voor de start van de Olympische Spelen in Zuid-Korea gaf Bijl aan dat de doelstelling van TeamNL vijftien medailles is. Hij noemde daarbij ook de 'ondergrens', dertien keer eremetaal.

Kramer

Schaatsers Visser (5000 meter), Jorien ter Mors (1000 meter), Ireen Wüst (1500 meter), Carlijn Achtereekte (3000 meter), Sven Kramer (5000 meter) en Kjeld Nuis (1500 meter) zorgden tot nu toe voor de Nederlandse gouden medailles in Pyeongchang.

Zilver was er voor in de Gangneug Oval voor Wüst (3000 meter), Patrick Roest (1500 meter), Jorrit Bergsma (10.000 meter) en shorttrackkers Sjinkie Knegt (1500 meter) en Yara van Kerkhof (500 meter).

De twee bronzen plakken staan op naam van Antoinette de Jong (3000 meter) en Marrit Leenstra (1500 meter).

Met nog acht wedstrijddagen in Pyeongchang te gaan, is het aantal van 24 medailles van Sochi normaal gesproken onhaalbaar. De Nederlandse sporters hebben de tweede week in Zuid-Korea aanzienlijk minder medaillekansen. Nederland staat momenteel derde in het medailleklassement achter Duitsland en Noorwegen.