Deze medailles verwachten we te winnen in Pyeongchang

Een evenaring van de ongekend succesvolle Winterspelen van Sochi - met een recordaantal van 24 medailles - is zo goed als onmogelijk de komende twee weken in Pyeongchang, maar TeamNL heeft ruim voldoende kansen op goud, zilver en brons. NU.nl doet een voorspelling en komt uit op achttien plakken voor de Nederlandse sporters.

Brons

Om er meteen goed in te komen, beginnen we deze oefening met de langebaanafstand die zo goed als onmogelijk te voorspellen is. Bij de negen wereldbekerwedstrijden over 500 meter dit seizoen waren er zes verschillende winnaars. Jan Smeekens (1), die vorig jaar de wereldtitel pakte op de olympische baan van Gangneung, zat niet bij die winnaars; het bleef bij twee keer zilver. Vier jaar geleden dacht hij een minuut dat hij olympisch kampioen was, nu voorzien wij een bronzen medaille.

Het gaat dit seizoen vooral over fysieke problemen bij Jorien ter Mors (2). Haar rug, haar knie; het lijf werkte maar niet mee. Ze kan daardoor haar olympische titel op de 1500 meter niet verdedigen en zal op de langebaan alles op de 1000 meter zetten. Met een zeer scherpe tijd van 1.14,37 toonde de 28-jarige Ter Mors bij een trainingswedstrijd in de Gangneung Oval aan dat ze goed in vorm is in Zuid-Korea, maar de concurrentie is hevig met de vrijwel onverslaanbare Japanse Nao Kodaira, diens landgenote Miho Takagi en de Amerikaanse toppers Brittany Bowe en Heather Bergsma. Brons zou dus al een knappe prestatie zijn.

Ze is al de meest succesvolle Nederlandse olympiër ooit, onder meer door goud op de 1500 meter bij de Spelen van 2010 in Vancouver. De schaatsmijl is traditioneel misschien wel de beste afstand van Ireen Wüst (3), maar de 31-jarige Brabantse zit op de 1500 meter met het 'Miho Takagi-probleem'; de Japanse is dit seizoen nog ongeslagen op haar beste afstand. Tel daarbij op dat wereldrecordhoudster en regerend wereldkampioen Heather Bergsma uit Amerika op revanche aast voor Sochi 2014 en een derde plek lijkt het meest realistisch voor Wüst.

Een van de belangrijkste redenen om de massastart op het olympische programma te zetten, is de onvoorspelbaarheid van het onderdeel. Irene Schouten (4) weet daar alles van. De Nederlandse kopvrouw werd in 2015 de eerste wereldkampioene op het onderdeel, maar dit seizoen kwam ze in de wereldbeker niet verder dan een elfde en een twaalfde plek. Schouten heeft echter in de Nederlandse marathons bewezen dat ze een heel snelle sprint in de benen heeft en bovendien hoeft ze zich op de Spelen alleen op de massastart te richten. Brons moet daardoor tot de mogelijkheden behoren.

Zilver

Vier jaar geleden stond Ronald Mulder (5) in Sochi op de derde plek van het podium na de 500 meter en kon hij zijn tweelingbroer Michel Mulder feliciteren met de olympische titel. Sindsdien is Ronald met afstand de meest constante Mulder op de kortste afstand en ook de meest constante Nederlander, maar een overwinning op een groot internationaal toernooi ontbrak lang op de erelijst van Ronald Mulder, totdat hij in januari in Kolomna Europees kampioen werd. Havard Lorentzen stond toen echter niet op de startlijst en de Noor is dit seizoen met drie wereldbekerzeges de meest succesvolle 500 meter-rijder. Wij verwachten daarom zilver voor Mulder.

Al meer dan een maand willen mensen maar één ding weten: hoe voelt Kai Verbij (6) zich? De 23-jarige wereldkampioen sprint raakte tijdens het olympische kwalificatietoernooi (OKT) eind december in Thialf tijdens zijn 500 meter-rit geblesseerd aan zijn lies, waardoor hij de 1000 meter moest laten schieten. Door een aanwijsplek mag Verbij toch starten op zijn favoriete afstand, omdat schaatsbond KNSB hem ziet als een kandidaat voor het podium. Verbij lijkt volledig fit voor zijn eerste Spelen, maar Kjeld Nuis verslaan is allicht een brug te ver. Zilver moet wel tot de mogelijkheden behoren op de 1000 meter.

Bij Kjeld Nuis (7) is de vraag op de 1500 meter altijd: hoe komt hij als sprinter de loodzware laatste ronde door? Vorig seizoen bij de WK afstanden in Gangneung hield hij genoeg over om zijn eerste wereldtitel op de schaatsmijl te veroveren, maar dit seizoen wacht de 28-jarige schaatser van Lotto-Jumbo nog op zijn uitschieter op de 1500 meter. Die staat gepland voor de Olympische Spelen en de vorm van Nuis is het hele seizoen al groeiende, maar zal het genoeg zijn om Koen Verweij te verslaan in de strijd om goud? Wij denken van niet en voorspellen een zilveren medaille.

Jorrit Bergsma (8) zorgde vier jaar geleden voor de grootste schaatsverrassing van de Winterspelen van Sochi door Sven Kramer te verslaan op de 10 kilometer. Aan het begin van deze winter rekende de Fries ook bij de NK afstanden af met zijn illustere provinciegenoot, maar daarna begon Bergsma flink te sukkelen. Op de 5000 meter plaatste hij zich niet eens voor de Spelen, maar hij mag in Gangneung wel starten op zijn favoriete 10 kilometer. Bob de Vries waarschuwde deze week dat zijn ploeggenoot ontzettend hard rijdt op het olympische ijs, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat Bergsma zijn huzarenstukje van Sochi gaat herhalen. Zilver is een logischer resultaat.

In Sochi ging ze als 19-jarige debutante ten onder aan de stress van de Olympische Spelen, maar vier jaar later staat Antoinette de Jong (9) als een van de topfavorieten aan de start van de 3 kilometer. De Friezin begon het huidige seizoen ijzersterk met een Nederlandse titel en een wereldbekerzege op de 3000 meter. In beide gevallen rekende ze af met haar gelauwerde land- en teamgenote Ireen Wüst, maar de Brabantse kan haar hele carrière al wat extra's op de Spelen. Voor De Jong zetten we daarom in op zilver.

Ze kwam dit seizoen praktisch uit het niets, Esmee Visser (10). De 22-jarige studente plaatste zich bij het OKT op de 5 kilometer haast per ongeluk voor Pyeongchang 2018, maar inmiddels weet iedereen hoe goed Visser is op de lange afstanden. Begin januari won ze verrassend de 3 kilometer bij de EK afstanden en haar OKT-race (6.56,60) is de gedeeld tweede tijd van het seizoen op de 5000 meter. De 5 kilometer is bovendien de minst sterk bezette afstand bij de vrouwen en dus lijkt Visser op een zilveren medaille af te stevenen.

Met Wüst, De Jong, Marrit Leenstra en Lotte van Beek bestaat de vrouwenachtervolgingsploeg op de langebaan (11) voor driekwart uit het gouden team van Sochi (Ter Mors reed toen in plaats van De Jong). Nederland is daardoor niet zwakker geworden in vier jaar tijd, maar er is één land dat een ongekende groei heeft doorgemaakt sinds de vorige Spelen. Onder de Nederlandse bondscoach Johan de Wit zijn de Japanse vrouwen dit seizoen onverslaanbaar op de ploegachtervolging en dus lijkt Nederland genoegen te moeten nemen met zilver.

Goud

Kjeld Nuis (12) won vorig seizoen elke internationale 1000 meter waar hij aan de start verscheen, met als absolute hoogtepunt zijn overwinning bij de WK afstanden in Gangneung, zijn eerste wereldtitel ooit. Deze winter kende de 28-jarige Nuis een stroeve start, maar vanaf het OKT is de Zuid-Hollander weer in bloedvorm. Zijn 1.07,64 was de meest verbluffende tijd van het toernooi in Thialf en drie weken later won hij beide 1000 meters bij de wereldbeker in Erfurt. Een olympische titel voor Nuis lijkt nu een logisch vervolg.

Tot en met vorig seizoen geloofde waarschijnlijk alleen Koen Verweij (13) zelf dat Koen Verweij kans had op een olympische titel in Zuid-Korea. Twee winters lang had hij zich amper op het ijs laten zien, maar dit seizoen is de Noord-Hollander toch weer terug aan de top. In de wereldbeker was Verweij deze winter op de 1500 meter vaak the best of the rest achter Denis Yuskov, maar zijn Russische trainingspartner en gedoodverfde favoriet voor olympische goud mag door een dopingverleden niet meedoen in Gangneung. Verweij hoopt te profiteren met goud op de schaatsmijl.

Sven Kramer (14) heeft praktisch alles gewonnen wat er te winnen is in het schaatsen, en de meeste titels heeft hij ontelbare keren op zijn erelijst staan. Alleen de gouden olympische medaille op de 10 kilometer ontbreekt nog op zijn cv en daar moet in Zuid-Korea verandering in komen. Concurrentie is er wel degelijk, van wereldrecordhouder Ted-Jan Bloemen en titelverdediger Jorrit Bergsma, maar Kramer heeft al bewezen dat hij ontstellend snel 10 kilometer af kan leggen in de Gangneung Oval. Vorig jaar won hij zijn vijfde wereldtitel op de langste afstand in een persoonlijk record van 12.38,89. Bij een herhaling van die prestatie moet Kramer zijn erelijst af kunnen maken.

Vier dagen eerder, op zondag 11 februari, rijdt Kramer (15) eerst nog de afstand waarop hij al meer dan een decennium schier onverslaanbaar is. In 2010 en 2014 won de Fries olympisch goud op de 5 kilometer en hoewel Bob de Vries hem bij het OKT een zeldzame nederlaag toediende op zijn favoriete afstand, durft niemand te beweren dat Kramer géén goud gaat winnen op de 5000 meter.

Kramer, Verweij en Jan Blokhuijsen reden na hun olympische titel op de ploegachtervolging bij de Spelen van Sochi bijna vier jaar niet meer samen, tot de wereldbeker van vorig jaar december in Calgary. Nederland kende tot dan toe een lastig seizoen op de team pursuit, maar het toptrio stelde in Canada even orde op zaken. Met 3.36,11 zetten ze de snelste tijd van het seizoen neer en bleven ze maar een halve seconde boven hun eigen wereldrecord uit 2013 (3.35,60). Zolang Kramer, Verweij en Blokhuijsen samen op het ijs staan, voorspellen wij goud voor de Nederlandse mannenachtervolgingsploeg op de langebaan (16).

"Als de schijnwerpers aan staan, hoef je Ireen Wüst (17) niet te motiveren", zei haar coach Rutger Tijssen aan het begin van het olympische seizoen. De 31-jarige Brabantse was dit seizoen nog geen moment in topvorm, maar als ze olympische ringen ziet, verandert er iets bij haar. Het leverde haar goud op bij de Spelen van 2006, 2010 en 2014 (2) en ook in 2018 vertrouwen wij erop de dat 'olympische Wüst' op zal staan op de 3 kilometer en haar vijfde olympische titel zal veroveren.

Bondscoach Jeroen Otter noemde hem "de beste shorttracker ter wereld; Sjinkie Knegt (18) uit Bantega. Maar, zo benadrukte Otter direct in zijn volgende zin: "Dat wil in onze sport nog niet altijd zeggen dat je de prijzen naar je toetrekt." In het shorttrack gebeurt er altijd van alles omdat de sporters met elkaar op het korte baantje strijden om elke centimeter, maar Knegt heeft de afgelopen vier jaar bewezen dat hij heel vaak aan de goede kant van de streep kan staan. Cijfermatig is de 1500 meter de grootste kans op goud voor Knegt, dus wij verwachten dat hij op die afstand voor het eerste Nederlandse shorttrackgoud op de Spelen zal zorgen.

Lees meer achtergrondverhalen in NUweekend

Lees meer over:
Tip de redactie