Snowboardster Michelle Dekker heeft dinsdag bij de Olympische Winterspelen ondanks een sensationele opmars net naast een medaille gegrepen op de parallelreuzenslalom. De Zoetermeerse, die boven zichzelf uitsteeg in Peking, verloor in de strijd om het brons van de Sloveense Gloria Kotnik en eindigde het toernooi als vierde.

De 25-jarige Dekker was in de beginfase gewaagd aan Kotnik, maar kon niet voorkomen dat de Sloveense een gaatje sloeg. Ze leek haar opponente wel weer te naderen, maar ging toen hard onderuit en zag alle hoop op een bronzen medaille vervliegen.

Het bereiken van de halve finales was al een daverende verrassing, want Dekker had zich niet op eigen kracht geplaatst voor de Spelen. Sportkoepel NOC*NSF voegde haar alsnog toe aan de olympische equipe, omdat ze door de coronapandemie minder had kunnen trainen.

Dekker noteerde in Peking verreweg haar beste olympische resultaat. Bij haar debuut in 2014 in Sotsji (22e) en bij haar tweede deelname in 2018 in Pyeongchang (17e) bleef ze steken in de eerste ronde. Vier jaar geleden kwam ze één honderdste tekort voor de achtste finales.

Michelle Dekker eindigde als vierde op parallelreuzenslalom.

Michelle Dekker eindigde als vierde op parallelreuzenslalom.
Michelle Dekker eindigde als vierde op parallelreuzenslalom.
Foto: Getty Images

Fraaie zegereeks Dekker in Peking

Dekker begon haar toernooi met een dertiende plek in de de kwalificatie- en eliminatieronde, wat genoeg was voor een plek in de achtste finales. Daarna rekende ze met een verschil van drie honderdsten af met vicewereldkampioen Sofiya Nadyrshina en plaatste ze zich ten koste van de Oostenrijkse Julia Dujmovits (valpartij) voor de halve finales.

In de strijd om een plek in de eindstrijd moest Dekker het afleggen tegen titelverdedigster Ester Ledecká. De Tsjechische topfavoriete pakte snel een voorsprong en zag Dekker daarna onderuitgaan. Ledecká pakte later het goud in een duel met de Oostenrijkse Daniela Ulbing.

Met Nicolien Sauerbreij in 2010 won Nederland al eens goud op de parallelreuzenslalom. Het was de eerste Nederlandse olympische titel bij de Winterspelen buiten het langebaanschaatsen.