Ze waren deze olympische cyclus een van de speerpunten van sportkoepel NOC*NSF, kregen een extra renner ten koste van de wegploeg en waren al jaren ongeslagen op grote toernooien. Op de Olympische Spelen van Tokio weerstonden de Nederlandse teamsprinters dinsdag die grote druk en wonnen ze de belangrijkste gouden medaille van allemaal.

Als Harrie Lavreysen na een 500 meter met een gemiddelde snelheid van 61,6 kilometer per uur wegstuurt om slotrijder Jeffrey Hoogland vrij baan te geven, kijkt hij snel even naar de andere kant van de Izu Velodrome.

De 24-jarige Nederlander ziet dat zesvoudig olympisch kampioen Jason Kenny het wiel van zijn Britse teamgenoot Jack Carlin niet kan houden en weet op dat moment, twaalf seconden voor de finish van de mooiste teamsprint uit zijn leven: ik heb olympisch goud.

Als jonge BMX'er had Lavreysen de droom om ooit op de Olympische Spelen te staan. En nu, als een van de beste baanwielrenners van zijn generatie, is de werkelijkheid nog veel fraaier.

"Het voelt nog heel raar", zegt de Brabander met een grote glimlach op zijn gezicht. "Ik kwam hier vandaag aan, zag de ringen, hoorde het publiek, maar heb nog steeds niet echt het besef dat dit de Spelen zijn. En nu ben ik gewoon olympisch kampioen."

Tokio-update: 'Gescheiden podiumceremonie toppunt bureaucratie'
234
Tokio-update: 'Gescheiden podiumceremonie toppunt bureaucratie'

'We zijn het gewend om de favoriet te zijn'

De teamsprint is het meest maakbare sprintonderdeel op de baan, aangezien de tegenstander geen enkele invloed heeft op je prestatie. Het zijn drie renners, drie rondjes en de klok.

Sinds 2018 sprak die klok altijd ruimschoots in het voordeel van de Nederlandse mannen. De wereldkampioen van 2018, 2019 en 2020 en de Europees kampioen van 2018 en 2019 was bij de WK van eind februari 2020 met een wereldrecord van 41,225 liefst 1,175 seconden sneller dan de nummer twee, regerend olympisch kampioen Groot-Brittannië, en kon daardoor op de Spelen eigenlijk alleen maar verliezen.

Maar verliezen deden Roy van den Berg, Lavreysen, Hoogland en Matthijs Büchli (die alleen de eerste race reed) niet in Japan. In de finale tegen de Britten zette het Nederlandse toptrio met 41,369 een nieuw olympisch record neer. Baanwielerlegende Kenny gaf de strijd al ver voor de finish op en kwam pas na 44,589 seconden over de streep.

"We zijn het inmiddels wel gewend om de grote favoriet te zijn", aldus starter Van den Berg. "Niet om op te scheppen, maar we weten dat we goed zijn. We hebben vorig jaar twee keer een wereldrecord gereden en vandaag vielen ook alle puzzelstukjes weer in elkaar. We zijn echt een team, hebben dit samen voor elkaar gekregen in een door corona lastige periode. Het was niet altijd makkelijk, maar nu kunnen we moeilijk nog ergens over klagen."

Lavreysen: "We wisten dat wij het afgelopen jaar kei- en keihard getraind hebben en dat er echt iets bijzonders moest gebeuren als de andere ploegen ons hier wilden verslaan. Voor de wedstrijd voelde het nog heel raar om te zeggen dat we de beste waren. Maar nu kan ik heel trots zeggen: we zijn echt de beste."

Teamsprinters verslaan Britten met overmacht en pakken goud
33
Teamsprinters verslaan Britten met overmacht en pakken goud

'Dit voelt ontzettend gaaf'

Bondscoach Hugo Haak vergat tijdens de finale alles wat er om zich heen gebeurde en keek alleen naar Hoogland. Pas toen zijn slotrijder over de finish kwam, kon de oud-baansprinter geloven dat het doel waar hij samen met zijn renners jaren aan gewerkt had echt binnen was.

"Dit voelt ontzettend gaaf", aldus Haak. "De verwachtingen waren zo hoog, dus het is ontzettend knap dat de jongens het gewoon gedaan hebben. Ik heb nog gefietst met deze renners, ken ze al ontzettend lang. Na de finale kwamen al die momenten die we samen beleefd hebben nog een keer langs en werd ik een paar keer geëmotioneerd. Want voor mij is dat jarenlange proces de gouden medaille."