De Nederlandse baanwielrenners hebben zich dinsdag bij de Olympische Spelen van Tokio met de snelste tijd geplaatst voor de finale van de teamsprint. De topfavoriet voor goud snelde in de eerste ronde naar een nieuw olympisch record en is al zeker van zilver.

Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland kwamen voor een paar honderd fans in de Izu Velodrome tot een tijd van 41,431 seconden, goed voor een gemiddelde snelheid van 65,169 kilometer per uur.

Titelverdediger Groot-Brittannië (41,829), met zesvoudig olympisch kampioen Jason Kenny in de gelederen, eindigde als tweede op 0,398 seconden en is om 10.44 uur Nederlandse tijd de tegenstander van het Nederlandse toptrio in de finale. Australië (42,103) en Frankrijk (42,294) vechten vlak daarvoor om het brons.

De Nederlandse mannen domineren de teamsprint al jaren. De ploeg werd wereldkampioen in 2018, 2019 en 2020 en Europees kampioen in 2018 en 2019.

Bij de WK in Berlijn eind februari 2020, de laatste officiële wedstrijd voor de Nederlandse baansprinters, zetten Van den Berg, Lavreysen en Hoogland met 41,225 een nieuw wereldrecord neer. Het verschil met de nummer twee Groot-Brittannië was toen liefst 1,175 seconden.

Büchli reed in de kwalificaties

Eerder op dinsdag klokten Van den Berg en Lavreysen samen met Matthijs Büchli in de kwalificaties een tijd van 42,134. Büchli rijdt altijd alleen de eerste race van het teamsprinttoernooi en wordt vervolgens als slotrijder vervangen door Hoogland.

Wielerbond KNWU besloot één wegrenner op te offeren zodat er een extra baansprinter mee kon naar Tokio. De Nederlanders verwachten door de extra rust voor Hoogland een groot voordeel te hebben ten opzichte van de andere teams, die maar drie rijders hebben.