De Nederlandse baanwielrenners waren van 2018 tot en met 2020 ongekend dominant op de teamsprint en willen dat dinsdag in Japan bekronen met hun eerste olympische titel. Het enige probleem is dat hun laatste officiële wedstrijd anderhalf jaar geleden was.

Drie keer dit jaar stapten een paar van de beste baanwielrenners ter wereld optimaal voorbereid Omnisport in Apeldoorn binnen. Ze hadden al weken specifiek naar dit moment toegewerkt en zaten al dagen in een hotel vlak bij de baan, net als bij een EK of een WK.

Het enige probleem: het was geen echt toernooi, er was geen buitenlandse concurrentie en er viel niks te winnen. "We hebben geprobeerd alles een-op-een te kopiëren", zegt bondscoach Hugo Haak van de Nederlandse baansprinters over de drie 'simulaties' die hij in de aanloop naar de Spelen organiseerde. "Er waren nu alleen lege stoeltjes en het was volledig stil op de baan."

De ene keer noemde Haak het de EK in Apeldoorn. De andere keer was het de 'GP Apeltown', bedacht door een Engels staflid. "Je wordt creatief met dit soort dingen", zegt de bondscoach met een lach. "Als we twee keer exact hetzelfde hadden gedaan, was het al niet meer speciaal geweest en had het voor de sporters gevoeld als een gewone training."

En dus zette Haak de ene keer de wedstrijdverlichting aan en de andere keer niet. De verwarming aan of uit. Of hij gaf zijn renners een keer niet het beste materiaal. "Zo hebben we het stapje voor stapje opgebouwd naar een echte wedstrijd. Want als je alleen maar traint, zakken het wedstrijdniveau en de vorm wel heel ver weg. En dan was dit een heel erg lang jaar geworden."

Kopman Harrie Lavreysen vond de wedstrijdsimulatie de eerste keer "heel gek". "Ik gaf er niet zo veel om, vond het lastig om echt diep te gaan. Maar hoe vaker we het deden, hoe serieuzer ik het begon nemen. We hadden niks anders voor de Spelen, dus bij de laatste wedstrijd wist ik: ik moet echt doen alsof dit de WK is."

Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland op weg naar de wereldtitel in 2020.

Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland op weg naar de wereldtitel in 2020.
Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland op weg naar de wereldtitel in 2020.
Foto: ANP

'Concurrentie heeft jaar gehad om dichterbij te komen'

Bij de laatste echte wereldkampioenschappen, eind februari 2020 in Berlijn, zetten Roy van den Berg, Lavreysen en Jeffrey Hoogland in de finale van de teamsprint met 41,225 een nieuw wereldrecord neer. Het Nederlandse toptrio was 1,175 seconden sneller dan regerend olympisch kampioen Groot-Brittannië, een eeuwigheid in een sport die vaak om honderdsten gaat.

Ook bij de WK van 2018 (voorsprong van 0,504 seconden op de Britten), de WK van 2019 (voorsprong van 0,933 seconden op Frankrijk), de EK van 2018 (voorsprong van 0,805 seconden op Frankrijk) en de EK van 2019 (voorsprong van 0,671 seconden op Groot-Brittannië) reed Nederland oppermachtig naar goud.

Het uitstel van de Spelen naar deze zomer kwam de teamsprinters daarom niet echt goed uit. "De concurrentie heeft een jaar gehad om dichterbij te komen, zo is het natuurlijk wel", aldus Lavreysen. "Maar het zegt genoeg dat wij met z'n allen al een week na het uitstel van de Spelen weer aan het trainen waren. Het doel was duidelijk: wij willen in Japan weer een wereldrecord rijden. En de concurrenten weten dat ze echt heel grote stappen moeten zetten voordat ze daarbij in de buurt komen."

Hoogland, die vijf jaar geleden bij de Spelen van Rio de Janeiro met Nils van 't Hoenderdaal en Theo Bos zesde op de teamsprint werd, vond het voor zijn motivatie wel zwaar dat er anderhalf jaar lang geen wedstrijden waren.

"Het is voor iedereen een rare periode geweest. Natuurlijk waren er momenten dat ik dacht: de Spelen zijn pas volgend jaar, dus waar doe ik het allemaal voor? Maar uiteindelijk is het best goed gelukt om de boog constant gespannen te houden, ook met hulp van mijn mental coach. En voor mijn gevoel zijn we allemaal weer sterker geworden."

Nederlandse selectie baanwielrennen

  • Teamsprint mannen: Roy van den Berg, Harrie Lavreysen, Jeffrey Hoogland, Matthijs Büchli (voorronde)
  • Teamsprint vrouwen: Shanne Braspennincx, Laurine van Riessen
  • Sprint mannen: Lavreysen, Hoogland
  • Sprint vrouwen: Braspennincx, Van Riessen
  • Keirin mannen: Lavreysen, Büchli
  • Keirin vrouwen: Braspennincx, Van Riessen
  • Omnium mannen: Jan-Willem van Schip
  • Omnium vrouwen: Kirsten Wild
  • Koppelkoers mannen: Van Schip en Yoeri Havik
  • Koppelkoers vrouwen: Wild en Amy Pieters

'We kunnen moeilijk zeggen dat we niet de favoriet zijn'

Dat mogen de teamsprinters dinsdag bewijzen in de Izu Velodrome. 130 kilometer ten zuidwesten van Tokio staan in een tijdsbestek van minder dan twee uur de kwalificatie (8.58 uur Nederlandse tijd), de eerste ronde (9.50 uur) en de finale (10.44 uur) op het programma.

De renners en bondscoach Haak lopen er ondanks de vreemde voorbereiding niet voor weg dat ze nog steeds de torenhoge favoriet voor het goud zijn. "We hebben daarover gesproken met z'n allen", aldus Haak. "We kunnen dat negeren, wegstoppen en zeggen dat het niet zo is. Maar uiteindelijk hebben die jongens gewoon maar één doel bij deze Spelen. En ik weet dat we er heel goed voor staan."

Lavreysen: "Ik zou graag meer bescheiden willen zijn, maar alle tijden staan gewoon op papier. Vorig jaar wonnen we op de WK met meer dan een seconde voorsprong, dus dan kun je moeilijk zeggen dan we niet de favoriet zijn."