De Nederlandse waterpolosters hebben vrijdag een historische overwinning geboekt in de groepsfase van de Olympische Spelen. De ploeg van bondscoach Arno Havenga liet in Tokio geen spaan heel van Zuid-Afrika (33-1) en zette zo een olympisch record neer.

Het was vooraf al niet de vraag of Nederland zou winnen, maar met welke cijfers. Zuid-Afrika deed nog nooit eerder mee aan de Spelen, maar mocht naar Tokio omdat Afrika als continent recht heeft op een startbewijs. Daardoor ontbreken in Tokio toplanden als Griekenland en Italië, die net als Nederland meededen aan een olympisch kwalificatietoernooi voor Europese landen.

Op het WK van 2019 was Oranje al met 33-0 te sterk voor de Zuid-Afrikaanse waterpolosters en ook in Tokio was het een kwestie van tijd voordat de dubbele cijfers bereikt waren. Na het tweede kwart stond het al 16-0 voor Nederland.

De ploeg van Havenga nam geen gas terug en werkte langzaam toe naar de recordzege. In het vierde en laatste kwart zorgde Dagmar Genee voor het historische dertigste doelpunt. Het record stond op naam van Spanje, dat eerder dit toernooi met 29-4 te sterk was voor Zuid-Afrika.

Nederland deed door de recordzege wat vertrouwen op. Oranje begon de Spelen stroef met een nederlaag tegen Australië (15-12), maar herstelde zich woensdag met een nipte 18-17-zege op Spanje. Nederland staat nu derde in een poule van vijf en een plek in de kwartfinales kan de ploeg niet meer ontgaan.

De Nederlandse waterpolosters hopen net als in 2008 olympisch kampioen te worden. Na dat succes in Peking onder toenmalig bondscoach Robin van Galen verzuimde Oranje zich voor de Spelen van 2012 en 2016 te plaatsen.