Arno Kamminga heeft donderdag zijn tweede zilveren medaille veroverd op de Olympische Spelen in Tokio. De 25-jarige Nederlander werd in een spannende finale tweede op de 200 meter schoolslag.

Kamminga was met een tijd van 2.07,01 - zijn tweede beste tijd ooit - iets meer dan een halve seconde langzamer dan de Australische winnaar Izaac Stubblety-Cook (2.06,38) en nipt sneller dan de Finse nummer drie Matti Mattsson (2.07,13). De Russische wereldrecordhouder Anton Choepkov werd vierde.

Even mocht Kamminga zelfs nog ruiken aan het goud. Hij kende een imponerende start en lag halverwege twee seconden voor op het schema van het wereldrecord (2.06,12). Hij ging tot 50 meter voor de finish aan kop, maar werd in de slotfase gepasseerd door Stubblety-Cook.

Kamminga, die debuteert op de Spelen, pakte maandag ook al zilver op de 100 meter schoolslag. Hij moest toen zijn meerdere erkennen in de Brit Adam Peaty, die al jaren heerst op dit nummer. Peaty deed zoals gebruikelijk niet mee aan de 200 meter schoolslag.

Kamminga pakt zilver na razendsnelle start op 200 meter schoolslag
38
Kamminga pakt zilver na razendsnelle start op 200 meter schoolslag

Kamminga evenaart Mensonides

Kamminga staat door zijn tweede plek op de 200 meter schoolslag in een bijzonder rijtje. Hij is na Wieger Mensonides de tweede Nederlander met een olympische medaille op dit nummer. Mensonides greep in 1960 brons op de Spelen in Rome.

In de afgelopen vijf jaar werkte Kamminga zich op naar de wereldtop op de schoolslag. Hij veroverde op de EK kortebaan van 2019 goud op de 100 en de 200 meter en op de EK langebaan van eerder dit jaar zilver op beide nummers.

Kamminga bezorgde Nederland de dertiende medaille op deze Spelen. Oranje behaalde tot dusver twee keer goud, zeven keer zilver en vier keer brons en is daarmee net buiten de top tien terug te vinden in de medaillespiegel.

Arno Kamminga met olympisch kampioen Izaac Stubblety-Cook.

Arno Kamminga met olympisch kampioen Izaac Stubblety-Cook.
Arno Kamminga met olympisch kampioen Izaac Stubblety-Cook.
Foto: Pro Shots

De Nederlandse medailles tot dusver in Tokio

  • Goud: Annemiek van Vleuten (wielrennen, tijdrit)
  • Goud: Dubbelvier mannen (roeien)
  • Zilver: Annemiek van Vleuten (wielrennen, wegwedstrijd)
  • Zilver: Gabriela en Steve Wijler (handboogschieten, gemengd dubbel)
  • Zilver: Tom Dumoulin (wielrennen, tijdrit)
  • Zilver: Dubbeltwee mannen (roeien)
  • Zilver: Vier-zonder vrouwen (roeien)
  • Zilver: Arno Kamminga (zwemmen, 100 meter schoolslag)
  • Zilver: Arno Kamminga (zwemmen, 200 meter schoolslag)
  • Brons: Anna van der Breggen (wielrennen, tijdrit)
  • Brons: Sanne van Dijke (judo, tot 70 kilogram)
  • Brons: Dubbeltwee vrouwen (roeien)
  • Brons: Lichte dubbeltwee vrouwen (roeien)