Judoka Juul Franssen zat er flink doorheen nadat ze dinsdag net naast het brons had gegrepen in de klasse tot 63 kilogram. De Nederlandse verloor op straffen in de golden score van de Italiaanse Maria Centracchio.

"Het is een enorme dreun. Je bent er zo dichtbij, maar uiteindelijk wint het anti-judo. Dit was de kans van mijn leven. Je krijgt niet zomaar de kans op olympisch eremetaal. Ik had het af moeten maken. Maar dit is topsport", zei een geëmotioneerde Franssen na haar partij tegen de NOS.

"Ik voelde me de hele dag goed. Ik heb hier jaren naar toegewerkt. Het is keihard, ik kan er niets anders van maken. Nu is het tijd om uit te huilen en me op te maken voor het teamtoernooi. Ik ga de komende dagen het team aanmoedigen."

Het is de eerste keer dat Franssen meedoet aan de Olympische Spelen. Ze veroverde nog nooit een titel op een WK of EK, maar pakte in 2018 én 2019 wel brons bij de wereldkampioenschappen. Franssen was na haar verloren partij zichtbaar aangeslagen, mede omdat haar vader in februari een beroerte had gekregen.

"De afgelopen jaren hebben me in laten zien dat sport niet het belangrijkste is. Ik ben supertrots dat ik hier sta, maar als het winnen van een medaille zo dichtbij is doet het heel erg zeer. Ik heb de afgelopen week genoten en dat ga ik de komende week ook blijven doen. Meedoen is niet belangrijker dan winnen, maar ik ben wel al heel erg trots dat ik hier sta."

Franssen had de eerste Nederlandse judoka kunnen worden met een medaille in Tokio. Bij de Olympische Spelen van vijf jaar geleden pakte de Nederlandse judoploeg slechts één medaille: Anicka van Emden veroverde toen brons in de klasse tot 63 kilogram.