Bas Verwijlen baalt enorm van zijn uitschakeling zondag in de achtste finales op de Olympische Spelen in Tokio. De schermer verloor van Romain Cannone en ging na afloop zonder succes nog in discussie met de wedstrijdleiding.

De 37-jarige Verwijlen verloor met 15-11 van de Fransman, maar was het niet eens met het laatste punt. De Nederlander was er namelijk heilig van overtuigd dat hij het punt op zijn naam moest krijgen.

"Ik had het idee dat ik hem raakte, maar mijn lampje ging niet af", legde Verwijlen na afloop uit aan de NOS. "Normaal mag je dan je degen aanbieden en moet de scheidsrechter controleren of die het doet. Als er dan scheidsrechters zijn die zichzelf boven de regels plaatsen, is dat jammer."

Verwijlen was bezig aan zijn vierde Spelen en won zijn eerste partij in Tokio nog, maar slaagde er dus niet in om voor het eerst een olympische medaille te pakken. De Brabander spreekt vanwege de coronacrisis van een moeilijke voorbereiding.

"Het was echt de vraag of ik kon meedoen, ik zat op dezelfde vlucht en in dezelfde bus als de vier sporters die positief hebben getest. Ik ben ook in nauw contact geweest met een van hen, taekwondoka Reshmie Oogink. Ik heb drie dagen in onzekerheid gezeten. De kans dat ik positief was, was zeker aanwezig", vervolgde Verwijlen.

"Wij zijn op hele gekke tijden gaan ontbijten, lunchen en avondeten. Ik wilde zoveel mogelijk mensen vermijden. Je wilt het beste uit jezelf halen en dat is niet gelukt. Daar baal ik gruwelijk van, ik heb er zo hard voor gewerkt en zo veel voor opzij gezet en opgeofferd. Het duurt wel een paar dagen om hier overheen te komen."