Bauke Mollema greep zaterdag net naast een medaille bij de olympische wegwedstrijd in Tokio, maar is tevreden met zijn vierde plaats. De Nederlander moest Richard Carapaz (goud), Wout van Aert (zilver) en Tadej Pogacar (brons) voor zich laten, maar verwijt zichzelf niets.

De 34-jarige Mollema maakte deel uit van de groep met favorieten in de slotfase van de wedstrijd. De Groninger kon niet voorkomen dat Carapaz naar de olympische titel soleerde en sprintte vervolgens in het groepje daarachter naar plaats vier.

"Ik zat er goed bij, denk ik. Ik had niet veel over op de steile klim en daarna. Ik denk niet dat ik iets verkeerds heb gedaan. De mannen voor mij pakken verdiend de medailles. Ik probeerde mee te sprinten, maar dat is gewoon lastig tegen iemand als Van Aert", zei Mollema na afloop van de wedstrijd tegen de NOS.

Volgens Mollema was het een zware koers en dat had vooral te maken met de warmte en de luchtvochtigheid in Japan. "Het is heel anders dan we in Europa gewend zijn. Het koersverloop was ook was ook wat gek, met een kopgroep die twintig minuten voorsprong kreeg. Ik vond het wel fijn dat alles op het laatste aankwam."

Mollema was de enige Nederlander in de groep met favorieten. Tom Dumoulin, Wilco Kelderman, Dylan van Baarle en Yoeri Havik konden geen rol van betekenis spelen in de olympische wegrace.