De handboogschutters hebben zaterdag de eerste Nederlandse medaille op de Olympische Spelen in Tokio gepakt. Gabriela Schloesser en Steve Wijler verloren de finale met 5-3 van Zuid-Korea en moesten genoegen nemen met het zilver.

Oranje begon sterk aan de finale, die eindigde in 38-35, 35-37, 33-36 en 39-39. Na het binnenhalen van de eerste set kwamen Schloesser en Wijler in de tweede set met 19-18 voor. Maar daarna trokken An San en Kim Je-Deok de partij naar zich toe.

In de vierde set haalden beide ploegen een hoog niveau. Nadat Nederland drie van de vier pijlen in de roos had geschoten, leek een shoot-off in de maak. Maar de pas zeventienjarige Kim pakte met zijn tweede schot ook 10 punten, waardoor een pijl in de 9 van An voldoende was om Zuid-Korea het goud te bezorgen.

Zuid-Korea is een grootmacht in het handboogschieten en verzamelde op voorgaande Spelen liefst 39 medailles. Tot zaterdag stond de teller voor Nederland op twee.

De handboogschutters bereikten de finale dankzij zeges op achtereenvolgens Italië (6-0), Frankrijk (5-4) en Turkije (5-3). In de strijd om het brons waren de Turken niet opgewassen tegen Mexico: 6-2.

De 24-jarige Wijler maakt zijn debuut op de Spelen. Schloesser kwam op de Spelen van 2016 nog uit voor haar geboorteland Mexico. Nadat ze was getrouwd met een Nederlandse schutter, verhuisde ze naar Limburg.

Bekijk hier hoe de handboogschutters olympisch zilver pakten
33
Bekijk hier hoe de handboogschutters olympisch zilver pakten