De vier Nederlandse wielrensters die zondag starten in de olympische wegrit hebben allemaal een realistische kans op goud. Annemiek van Vleuten, die vijf jaar geleden bij de Olympische Spelen van Rio de Janeiro door een zware val naast de titel greep, vindt het alleen maar een voordeel dat ze in zo'n sterke ploeg zit.

"Het maakt mij extra trots dat ik met zo'n dreamteam mag rijden", zei de 38-jarige Van Vleuten vrijdag bij een digitaal persmoment. "En dat al voor de derde Spelen op rij. Dit is echt een supertoffe ploeg om deel van uit te maken."

Van Vleuten is zelf de wereldkampioene op de weg van 2019. Haar ploeggenoten Anna van der Breggen (regerend olympisch en wereldkampioene) en Marianne Vos (de olympisch kampioene van 2012 en drievoudig wereldkampioene) hebben ook een indrukwekkende erelijst, terwijl Demi Vollering dit jaar Luik-Bastenaken-Luik en La Course won en geldt als het aanstormde talent van het vrouwenwielrennen.

Het is een terugkerende vraag bij EK's, WK's en Olympische Spelen of het een probleem is dat er zoveel kanshebbers in één ploeg zitten. Maar de rensters bewijzen de laatste jaren met hun resultaten dat dat niet het geval hoeft te zijn.

"Mensen geloven nooit dat we voor elkaar zouden kunnen rijden, maar het is eigenlijk nooit misgegaan", aldus Van der Breggen. "Het is niet altijd het leukste om af te stoppen voor een teamgenoot, maar zo werkt het gewoon in het wielrennen. Want er kan er maar één winnen."

Ook Van Vleuten ziet geen enkel probleem. "We staan zondag weer met één gemeenschappelijk doel aan de start", zei ze. "We gaan voor goud voor een Nederlandse renster."

Ander parcours dan voor de mannen

Voor Van Vleuten en Van der Breggen, de beste klimmers van het peloton, is het wel een klein nadeel dat het parcours voor de vrouwen minder zwaar is dan bij de mannen. De vrouwen gaan maar over twee cols en moeten 2.692 hoogtemeters overwinnen in 137 kilometer, terwijl de mannen zaterdag in hun wegrit van 234 kilometer door vijf beklimmingen uitkomen op 4.865 hoogtemeters.

"Ik had liever het parcours van de mannen gehad", erkende Van Vleuten. "Het had wel wat zwaarder gemogen. Bij de mannen gaat een klimmer winnen, bij ons ligt het veel meer open. Aan de andere kant: misschien krijgen we bij de vrouwen nu wel een interessantere wedstrijd, met meer kanshebbers. En met Demi en Marianne hebben wij ook twee supersnelle meiden in de ploeg."

Van Vleuten heeft zich de afgelopen maanden minutieus voorbereid op de Spelen in het warme Tokio. Ze plande twee lange hoogtestages in en reed sinds eind mei alleen nog het NK tijdrijden en het NK op de weg. De Giro Rosa, die Van der Breggen won, sloeg ze over.

"De ervaring leert dat ik geen koersen nodig heb om goed te zijn. Ik heb bij mijn laatste stage in Italië ook hulp van Tom Dumoulin gehad en ik kan je vertellen dat zes uur in zijn wiel trainen zwaarder is dan een wedstrijd."

De wegrit voor de vrouwen begint zondag om 6.00 uur Nederlandse tijd. De finish wordt verwacht rond 11.00 uur.