De kosten voor de naar 2021 verschoven Olympische Spelen van Tokio zijn tot 12,6 miljard euro gestegen. In het dinsdag openbaar gemaakte budgetplan spreken de organisatoren van 2,3 miljard euro aan extra kosten.

De dinsdag gepresenteerde begroting is inmiddels de vijfde versie. De kosten van de Spelen waren al voor de coronacrisis fors gestegen. Bij de toewijzing in 2013 ging de organisatie nog uit van 6,1 miljard euro aan kosten.

"We moeten de Spelen niet alleen vanuit het kostenplaatje bekijken, maar ook als een positieve investering zien", zei de algemeen directeur van het organisatiecomité Toshiro Muto.

De Spelen en de daaropvolgende Paralympische Spelen kunnen volgens hem een "belangrijke gebeurtenis" en het bewijs van een succesvolle omgang met de COVID-19-pandemie worden.

De 2,3 miljard euro aan extra kosten maakt de organisatie voornamelijk als gevolg van coronamaatregelen. In het nieuwe budgetplan draait de organisatie voor 5,4 miljard euro van de kosten op. Gaststad Tokio draagt 5,4 miljard euro bij en de Japanse overheid 1,7 miljard euro.

De Spelen beginnen op 23 juli en eindigen op 8 augustus. Het IOC liet al meerdere malen weten dat het evenement hoe dan ook door zal gaan, ongeacht de ontwikkeling van het coronavirus.