Hoofdaanklaagster Fatou Bensouda van het Internationaal Strafhof (ICC) opent een onderzoek naar mogelijke misdaden in Oekraïne. Dit heeft het hof in Den Haag vrijdag bekendgemaakt.

Het hof kijkt vooralsnog alleen naar de periode van 21 november tot 22 februari. In die periode werd onder de inmiddels afgezette president Viktor Janoekovitsj hard opgetreden tegen betogers, met tientallen doden als gevolg.

Oekraïne heeft het Strafhof speciaal gevraagd de laatste fase van het Janoekovitsj-bewind te onderzoeken. Het Oost-Europese land is niet aangesloten bij het ICC.

Daarom kan dat nog niets doen aan mogelijke misdaden van het nieuwe bewind of van Russische troepen, zolang Oekraïne niet het 123e lid wordt. Op deze mogelijkheid tot 'selectief winkelen' is veel kritiek onder kenners en diplomaten.

Misdaden

Bensouda kijkt nu of er misdaden zijn gebeurd en of er qua 'zwaarte' afdoende basis is om die in Den Haag te vervolgen. Het ICC is opgericht voor de hoofdschuldigen aan de zwaarste internationale misdaden. In geval van genocide (volkenmoord) zal over de zwaarte geen twijfel bestaan.

Het bloedig neerslaan van betogingen kan in aanmerking komen als misdaad tegen de mensheid, als er sprake is van een ''grootschalige en systematische aanval'' op de burgerbevolking.

Kenia

Bij het geweld na de verkiezingen in Kenia in 2007 hadden de ICC-juristen er hun twijfels over. Toen vielen meer dan 1000 doden en werden honderdduizenden mensen van huis en haard verdreven.

Een van de drie rechters, die de aanklacht moesten bevestigen, vond dat er 'slechts' sprake was van rellen en politiegeweld, die voor de nationale rechter horen. De twee andere rechters bevestigden desondanks de aanklacht tegen vier grotendeels hooggeplaatste Kenianen, onder wie de huidige president en vicepresident.

Dit moet u weten over de onrust in Oost-Oekraïne

Chronologie van de gebeurtenissen in Oekraïne l Dossier Oekraïne