De piloten van Air France laten de emoties hoog oplopen met hun stakingen. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor hun verdere loopbaan.

Air France-KLM moet onder druk van de stakers mogelijk de geplande uitbreiding van Transavia uitstellen of zelfs schrappen. Ondertussen eisen de stakers het vertrek van topman Alexandre de Juniac. Hoe moeten de topman en de piloten straks met elkaar verder?

"Een leidinggevende kan een staking beschouwen als een teken dat je niet loyaal bent aan de organisatie", zegt sociologe Agnes Akkerman. Ze is als universitair hoofddocent zowel aan de Radboud Universiteit verbonden als aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Akkerman heeft onderzoek gedaan naar de patronen en nasleep van stakingen.

Hoe groot het negatieve effect kan zijn, hangt volgens de sociologe vooral samen met hoe afhankelijk een werkgever van de stakende werknemer is. "Wie goed te vervangen is, zal eerder problemen krijgen met bijvoorbeeld contractverlengingen dan werknemers die 'schaars' zijn", zegt de universitair hoofddocent.

"Een werknemer die veel potentieel heeft en die je als werkgever nodig hebt, zul je niet gauw een promotie ontzeggen, enkel omdat hij of zij meegedaan heeft met een staking."

Niet schaars

De piloten van Air France zijn wat dat betreft niet per se goed beschermd. "Piloten zijn weliswaar hoogopgeleid en hebben een hoge mate van damage potential, maar zijn op het moment niet heel schaars."

Werknemers in Nederland mogen niet zomaar ontslagen mogen worden vanwege deelname aan een door de vakbond georganiseerde staking. "Maar als je een tijdelijk contract hebt of een flexibel urencontract, ben je ook in deze situatie minder beschermd", benadrukt Akkerman.

Ze vindt het lastig te beoordelen, maar verwacht dat de piloten van Air France niet hoeven te vrezen voor hun carrière. "Omdat zo'n grote groep meedoet, is het lastig voor leidinggevenden of werkgevers er enkelen uit te pikken. En de hele groep piloten 'bestraffen' is onwaarschijnlijk."

Werkgelegenheid

De staking kan wel het aantal banen bij het bedrijf beïnvloeden. "De staking kost 20 miljoen euro per dag: dat zal de situatie voor Air France niet verbeteren en zou gevolgen kunnen hebben voor de werkgelegenheid."

Tegelijkertijd kan juist niet meedoen volgens de sociologe ook weer negatieve consequenties hebben voor hun arbeidsvoorwaarden en in het verlengde daarvan hun carrièreperspectieven. Air France-KLM wil namelijk verder bezuinigen op verliesgevende activiteiten, zoals bijvoorbeeld bepaalde vluchten van Air France. En bij Transavia gelden andere arbeidsvoorwaarden.

Onredelijk

De Akkerman denkt dat het in de praktijk niet vaak voorkomt dat werkgevers de eisen van stakers echt onredelijk vinden. "Een staking is duur, ook voor een vakbond. Het ligt niet voor de hand om onhaalbare eisen te stellen."
Bovendien kan een werkgever via de rechter een staking tegenhouden. De rechter kan de redelijkheid van de stakers in zijn oordeel meenemen.

"In de ogen van de piloten is de angst dat ze bij Transavia Europe slechtere arbeidsvoorwaarden krijgen reëel. Goedkopere arbeidsvoorwaarden zijn immers ook een van de manieren waarop Air France de bedrijfsvoering goedkoper kan maken."

Achteruitgang

"Het bod van Air France om de plannen op te schorten, wordt door de piloten niet als oplossing gezien, maar als uitstel van plannen die hun arbeidsvoorwaarden bedreigen." Akkerman wijst erop dat het om een staking tegen een achteruitgang in arbeidsvoorwaarden gaat.

"Veel mensen zijn bereid daarvoor te vechten. Verlies proberen te voorkomen is een sterkere drijfveer dan betere voorwaarden te krijgen."

Nazorg

Veel vakbonden en werkgeversorganisaties leveren nazorg na een staking. "Het is immers in ieders belang dat na een staking de productie (of dienst) weer zo snel mogelijk goed op gang komt." Vaak betekent het dat vakbonden en werkgevers bijeenkomsten organiseren om over de staking en de onderhandelingen na te praten.

"We zien trouwens dat samen staken ook positieve effecten kan hebben op de productiviteit, omdat samen staken het onderlinge vertrouwen en de sociale cohesie tussen werknemers kan vergroten."

Effecten

De sociologe benadrukt dat negatieve gevolgen na een staking minder voorkomen dan misschien gedacht wordt. Een ruime meerderheid (65 procent) van de werknemers die wel eens heeft gestaakt, zegt dat het staken geen enkel negatief effect heeft gehad op de eigen carrière of werkrelatie.

Toch heeft het staken voor 5 tot 10 procent van de ondervraagden wel degelijk negatieve tot zeer negatieve gevolgen gehad. De rest (25 tot 30 procent) zegt dat de staking enigszins negatieve consequenties heeft gehad.

Akkerman vindt het opvallend dat de angst voor repercussies groter is dan de werkelijkheid rechtvaardigt. Vooral werknemers die nog nooit hebben meegedaan, vrezen de gevolgen van een staking.

Personeel dat wel eens heeft gestaakt, is ook minder bang voor de consequenties. Uit haar onderzoek blijkt dat de meeste mensen zich helemaal niet druk maken over het negatieve effect van een staking.

Collega's

Het meedoen aan een staking kan niet alleen gevolgen hebben voor de relatie met de werkgever. Ook de omgang met collega's die niet hebben meegestaakt kan verslechteren.
Hoewel maar 5 procent zegt dat de staking de relatie met collega's negatief of zeer negatief heeft beïnvloedt, blijkt dat juist deze gevolgen ingrijpend zijn voor werknemers.

Volgens Akkerman komt dit doordat problemen met collega's meestal lastiger op te lossen zijn dan het verbeteren van de relatie met de baas.

"Het -toch vaak- zakelijke conflict met de werkgever, wordt immers na het beëindigen van een staking opgelost", legt ze uit. Maar het herstellen van een verstoorde relatie tussen collega's is voor een werkgever veel moeilijker, "omdat mensen zich door hun collega's in de steek gelaten en verraden voelen".

"Soms zijn er harde woorden gevallen. Conflicten waarbij emoties een belangrijke rol spelen zijn vaak lastiger op te lossen dan zakelijke conflicten." Werknemers die van elkaar respecteren dat ze wel of niet meedoen aan een staking, hebben een stuk minder last van verstoorde relaties onderling.

Meedoen

Of werknemers wel of niet meedoen, heeft vooral te maken met hoe collega's daarmee omgaan. Akkerman zegt dat dit logisch is, omdat collega's elkaar nodig hebben voor een staking.

Bovendien vinden veel werknemers spannend, ook omdat ze er geen ervaring mee hebben. "Wanneer we te maken krijgen met een onzekere situatie kijken we vaak naar welke beslissingen anderen nemen."

Daarnaast hebben groepen werknemers vaak normen over of je wel of niet moet staken. "Mensen nemen de norm van de groep vaak over, al is het alleen maar om niet het verwijt te krijgen dat je niet meedoet."

Hoe meer naaste collega's staken, hoe groter de kans dat iemand mee zal doen. "Freeriden, niet staken maar bijvoorbeeld wel de loonsverhoging krijgen, ligt altijd op de loer."

Jongeren

Haar onderzoek bevestigt verder dat jongeren minder geneigd zijn om te gaan staken. Dat kan komen doordat jongeren minder vaak lid zijn van een vakbond.

Vakbondsleden zullen eerder gehoor geven aan een oproep om in actie te komen en hebben meer informatie over de onderhandelingen. Ook is de solidariteit onder vakbondsleden groter.

Akkerman denkt dat jongeren met minder werkervaring misschien nog niet goed weten wat een vakbond voor hen kan betekenen. Bovendien verdienen ze vaak nog niet zoveel en hebben ze vaker dan ouderen tijdelijke en flexibele contracten. Een lidmaatschap is dan relatief duur.

De sociologe meent dat dit niet de hele verklaring kan zijn, omdat er vroeger relatief meer jongeren lid van een vakbond waren. "Men zegt wel dat de vakbond jongeren niet meer 'aanspreekt' en dat jongeren individualistischer zijn geworden. We weten eigenlijk nog niet goed of dat echt zo is en of dat de oorzaak is."