Een van de oorzaken van de ondergang van autodealerbedrijf Koops Furness, een van de grootste in Nederland, ligt in de historie van het bedrijf, zegt directeur Clem Dickmann van het kenniscentrum voor de autobranche Aumacon.

''Koops Furness is ontstaan uit een samenraapsel van bedrijfjes. Dat hoeft op zich geen bezwaar te zijn, als er maar een efficiënt opererend fusiebedrijf van wordt gemaakt. Dat doe je door het aantal vestigingen af te bouwen en het personeelsbestand te verminderen. Dat is onvoldoende gebeurd.''

Om dat te illustreren trekt Dickmann een vergelijking tussen Koops Furness en branchegenoot Van Mossel, overigens een van de partijen die interesse hebben in de overname van onderdelen van Koops Furness.

''Beide verkochten vorig jaar circa 10.000 nieuwe personenauto's. Maar Van Mossel deed dat vanuit 11 vestigingen en met 580 werknemers, Koops Furness in 45 vestigingen en met rond de 800 werknemers.''

Verspreid

Koops Furness zit met zijn vestigingen volgens Dickmann bovendien te verspreid over Nederland, in acht provincies. ''Het is beter om je te concentreren op een beperkt aantal regio’s zodat je marktdominantie opbouwt'', meent hij.

Dat geldt ook voor de merken. Het beste is volgens Dickmann een portefeuille met een aantal sterke merken als basis, zoals Volkswagen en Renault. Het liefst aangevuld met premiummerken, zoals BWM of Mercedes-Benz. ''Koops Furness heeft een aantal ongelukkige merken, zoals Fiat. Daarvan wordt weinig verkocht, en wat je verkoopt zijn 'kleintjes' met een lage winstmarge'', aldus Dickmann.

''Het lijkt er ook nog op dat Koops Furness slecht was gefinancierd en kampte met hoge huurlasten. En natuurlijk zit de economie ook niet mee'', merkt Dickmann ten slotte nog op.