Gemeenten en onderzoekers willen een nationale aanpak om bodemdaling te lijf te gaan. Dat schrijft het Financieele Dagblad donderdag.

Tientallen gemeenten in het westen van het land en in Friesland hebben te maken met stijgende risico's en kosten door bodemdaling. Ze waarschuwen voor een miljardenschade in de komende tientallen jaren.

Bodemdaling leidt tot schade aan woningen en infrastructuur maar ook tot wateroverlast. Straten staan na een hevige regenbui bijvoorbeeld langer onder water. Gemeenten hebben volgens het FD steeds meer moeite om de onderhoudskosten van verzakkingen te dragen. Daardoor wordt de schade alleen maar groter.

Onderzoeksinstituut Deltares uit Delft schat dat de schade aan stedelijke infrastructuur en funderingen door bodemdaling tot 2050 kan oplopen tot 25 miljard euro. De meerkosten aan onderhoud voor gemeenten worden geschat op 250 miljoen euro per jaar.

Tuinen

Het ophogen van straten en tuinen met lichte materialen en het bouwen met duurzame technieken kan bodemdaling tegengaan.

"Daar hebben gemeenten de financiën echter niet voor", zegt Jan Vente, wethouder in Bergambacht en voorzitter van het Platform Slappe Bodem (PSB), een vereniging van gemeenten die met bodemdaling te maken hebben.

De 21 bij het PSB aangesloten gemeenten willen daarom volgens het FD dat bodemdaling een prominente plek krijgt in het Deltaprogramma van de Rijksoverheid. De vergoeding die ze nu krijgen om de problemen aan te pakken, weegt niet op tegen de kosten. "Voor een deel worden die gecompenseerd met lastenverzwaringen voor burgers, maar niet alles kan op hun schouders terecht blijven komen", aldus Vente.