Countrywide Financial, een dochterbedrijf van Bank of America, moet een boete van 1,3 miljard dollar (971 miljoen euro) betalen in verband met de verkoop van risicovolle hypotheekbeleggingen aan de hypotheekverstrekkers Fanny Mae en Freddie Mac in de aanloop naar de financiële crisis van 2008.

Dat werd woensdag bekend.

De boete werd opgelegd door een rechtbank in New York. De boete ligt wel fors lager dan de maximale boete van 2,1 miljard dollar die was geëist door de Amerikaanse overheid.

Countrywide werd in oktober vorig jaar door een jury schuldig bevonden aan gerommel bij de verkoop van hypotheekbeleggingen.

Countrywide was ooit de grootste hypotheekverstrekker van de Verenigde Staten en werd in 2008 overgenomen door Bank of America. In de aanloop naar de crisis had Countrywide veel dubieuze hypotheekproducten verkocht aan investeerders, die daar vervolgens zware verliezen op leden.

Schikking

Fannie Mae en Freddie Mac werden genationaliseerd door de Amerikaanse overheid om te voorkomen dat ze zouden omvallen door de hypotheekcrisis in de VS.

Verder meldden ingewijden woensdag dat Bank of America dicht bij een schikking met het Amerikaanse ministerie van Justitie is over de verkoop van rommelhypotheken. Met die schikking zou een bedrag van 13 tot 17 miljard dollar gemoeid zijn en een deal kan mogelijk al deze week worden aangekondigd. Naar verluidt is Bank of America bereid geweest dieper in de buidel te tasten dan voorheen om tot een regeling met justitie te komen.

Bank of America heeft inmiddels al 55 miljard dollar moeten uittrekken voor kosten gerelateerd aan de verkoop van gammele hypotheekproducten.