Nederlanders worden dit jaar vaak geconfronteerd met stakingen door in het oog springende acties. Nu de economie weer aantrekt willen werknemers daarvan meeprofiteren, vakbonden grijpen de mogelijkheid om zich te profileren.

Dat zeggen drie verschillende hoogleraren arbeidsrecht in een gesprek met NUzakelijk.

"Zodra het economisch beter gaat zeggen de vakbonden: wij willen meer loon", zegt Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Hij merkt op dat je vaker ziet dat het onrustiger wordt op de arbeidsmarkt na een financiële dip.

"Er heerst ook nog steeds onvrede over de bonuscultuur en de hoge salarissen van directieleden. De vakbond weet dat goed te kanaliseren waardoor de actiebereidheid groot is. Meer staken betekent ook meer vakbondsleden", aldus Verhulp.

Ook hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit Utrecht (UU), Teun Jaspers,  denkt dat de toegenomen stakingsdagen een gevolg zijn van de aflopende financiële crisis.

Inleveren

"Er is de laatste jaren door werknemers veel ingeleverd op arbeidsterreinen zoals loon en werktijden. Voor sommige groepen is de bodem bereikt, zij hebben niet veel meer te verliezen waardoor de angst om ontslagen te worden is afgenomen. De actiebereidheid neemt daardoor toe", zegt Jaspers.

Het gaat volgens hem niet alleen om een hoger salaris, veiligheid, arbeidstijden en flexwerken tellen ook mee. "Vakbonden en werknemers willen terrein terugwinnen, daar is ook financiële ruimte voor. Als de andere partij dan niet bereid is dat te geven, dan wordt er eerder naar het stakingsmiddel gegrepen", aldus Jaspers.

Strategie

Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg (UvT), wil niet spreken van een trend, maar er is volgens hem wel een kleine piek in het aantal stakingen. "Dat komt vooral doordat de vakbonden, met name de FNV, zich anders wil profileren."

Volgens Wilthagen hanteert de vakbond een dubbele strategie. Enerzijds heeft de werknemersorganisatie met de komst van hun voorzitter Ton Heerts de lijn naar de polder in stand gehouden. Anderzijds heeft organizing een sterke positie binnen de vakbeweging weten te creëren.

Organizing

Met organizing wordt een meer activistische koers gevaren bij cao-onderhandelingen om druk uit te oefenen op werkgevers. De methode werd onder andere gebruikt bij het distributiecentrum van Albert Heijn en meer recent in de schoonmaaksector. Met name de FNV maakt hier gebruik van, waarbij de vakbond met de werknemers acties organiseert vanaf de werkvloer.

Wilthagen: "Vroeger bestond organizing uit wilde jongens, maar ze hebben inmiddels een sterke positie gekregen binnen de organisatie. Kijk bijvoorbeeld naar schoonmaakbestuurder Ron Meyer. Er is met organizing een andere filosofie gekozen." 

Combineren

Volgens Wilthagen probeert de FNV zo het beste van twee werelden te combineren. "Het is te vergelijken met good cop bad cop. Dat spel moet je wel voorzichtig spelen."

Volgens de Tilburgse hoogleraar sluimert op de achtergrond ook een ander conflict waardoor werkonderbrekingen vaker voor kunnen komen.

Werkgevers zouden niet weten of zij moeten onderhandelen met de vakbonden, de werknemers of de ondernemingsraad. "De vakbond wil laten zien dat zij er nog zijn, zij strijden voor hun onderhandelingspositie. Door te staken laat je zien dat je er nog bent", aldus Wilthagen. 

Verhulp van de UvA sluit zich bij deze theorie aan.  "Organisers gaan activistischer te werk. De FNV heeft deze manier van handelen tot kunst verheven."

Laag

Vorig jaar kende Nederland relatief weinig stakingsdagen. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam het aantal dagen uit op 19.000. Meer dan de helft kwam in dat jaar voor rekening van de industrie en de bouw.

De aantallen in de periode tussen 2002 en 2013 kunnen erg verschillen. In 2002 ging het bijvoorbeeld om 245.000 dagen, in 2009 waren dat er 5.000, aldus het CBS.