Ondernemers moeten verplicht een opleiding volgen voordat ze een bedrijf beginnen zodat zij voldoende kennis hebben van financiële zaken.

Dat stelt topcurator Louis Deterink in een interview met NUzakelijk.nl. 

"Bestuurders bij kleine bedrijven en startups hebben vaak te weinig kennis van financiële zaken, zijn onvoldoende op de hoogte van regelgeving en hebben de administratie niet op orde", zegt Deterink.

Ook bij grote bedrijven komt hij regelmatig onvoldoende gekwalificeerde mensen tegen. "Binnen een paar jaar zijn ze dan failliet. Je moet hoge eisen stellen bij het opstarten van een onderneming."  

Deterink wijst erop dat het behalen van een middenstandsdiploma  tot de eeuwwisseling wel verplicht was. "Toen leerde je de basisprincipes van boekhouden en balanslezen. Nu timmer je gewoon een bordje op de deur met de tekst dat je een eigen zaak hebt."

Record

Afgelopen jaar kende het Nederlandse bedrijfsleven een recordaantal faillissementen, ruim twaalfduizend bedrijven gingen op de fles. Deterink sluit niet uit dat met meer kennis van zaken dit aantal lager had kunnen zijn. 

"Vaak weten ondernemers niet eens dat je als bestuurder van een B.V. binnen dertien maanden na afloop van het boekjaar jaarrekeningen moet publiceren bij de Kamer van Koophandel. Als je dat niet doet, dan kun je aansprakelijk worden gesteld bij een faillissement."

Ook de wet Melding betalingsonmacht is bij velen onbekend volgens de curator. "Als je je loonbelasting niet kunt betalen moet je dat aangeven bij de Belastingdienst. Doe je dat niet kan je onbehoorlijk bestuur worden verweten, ook dat kan leiden tot aansprakelijkheid in een faillissementszaak."

Regelmatig wordt het omvallen van bedrijven aan de zwakke economie toegeschreven, maar dat is niet altijd terecht vindt de curator. "Het is ook zwak management. In crisistijd komt het aan op goed ondernemerschap, je moet geen steken laten vallen."  

Signalen

Deterink zit al veertig jaar in het vak en was in het verleden curator bij geruchtmakende faillissementen als Fokker, Daf , LG Philips Displays en Vie d'Or. Hij herkent inmiddels veel signalen van bedrijven die op de rand van de afgrond balanceren. 

"Ruzie binnen de directie, ontslag van de financieel directeur, een groot personeelsverloop. Maar ook het niet op orde hebben van de financiële administratie of het weigeren van de accountant om een goedkeurende verklaring te geven bij de jaarrekening." 

Het zijn volgens Deterink de rode vlaggen die aangeven dat een bedrijf kopje onder dreigt te gaan.

Kaasschaaf

Voor de ondernemer zelf geldt dat hij te allen tijde op de hoogte moet zijn van de financiële positie van het bedrijf. En staan je resultaten onder druk? Grijp dan stevig in. "De kaasschaafmethode helpt daarbij niet. Kostenbesparing dient op tijd doorgevoerd te worden", zegt Deterink. 

Wat hij ook ontraadt is het sluiten van de winkels of vestigingen bij een dreigend faillissement. Boekhandelketen Polare is daar een recent voorbeeld van. "Wat Polare doet is echt onzinnig", vindt Deterink. "Je moet namelijk je personeel gewoon doorbetalen. Je roept zo een bankroet versnelt op je af."

Met alle media aandacht ben je volgens Deterink ook aangeschoten wild. Ondernemers die een faillissement zien aankomen en een doorstart willen maken doen er in zijn ogen goed aan dit in stilte voor te bereiden.

Stille curator

"Je kunt aan de rechtbank vragen of ze een stille curator willen aanwijzen, dan wordt er onder toezicht een doorstart voorbereid zodat het faillissement van zo kort mogelijke duur is. Zo voorkom je kapitaalschade."

Aan deze zogenoemde pre-packmethode wil niet iedere rechtbank meewerken omdat deze regeling niet in de wet staat, maar dat gaat binnenkort veranderen. Vermoedelijk komt er dit jaar nog een wettelijke basis voor.

Zo'n rampzalig faillissementsjaar zoals we dat net achter de rug hebben, wordt 2014 in de ogen van Deterink niet. Maar helemaal over zijn de problemen nog zeker niet. Vooral de bouw-, aanneem- en projectontwikkelingsbedrijven met een jaarlijkse omzet van minder dan 100 miljoen euro krijgen het zwaar.

Dat ligt niet alleen aan het zware weer in de sector, volgens Deterink zitten er niet altijd goed gekwalificeerde mensen bij de bank. "De kredietbewakingsafdelingen van banken steken over het algemeen minder tijd en energie in het redden van kleinere bedrijven vanwege het grote aantal dat in problemen is geraakt", aldus Deterink.

Vijf vragen over faillissement