Het is voor jonge groeiende bedrijven steeds lastiger om een investeerder te vinden. Het nieuwe Dutch Venture Initiative (DVI), een fonds van de Nederlandse staat en de Europese Unie, moet met een initiële belegging van 150 miljoen euro geld beschikbaar maken voor innovatieve starters.

"In januari worden de eerste bedragen toegekend aan participatiemaatschappijen die zich richten op jonge bedrijven", zegt Tjarda Molenaar, directeur van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP). De vereniging heeft zich het afgelopen jaar hard gemaakt voor de totstandkoming van het nieuwe fonds.

Het DVI, waarin de Nederlandse overheid en het European Investment Fund (EIF) ieder voor de helft deelnemen, moet een positieve impuls geven aan het beschikbare ‘venture capital’ in Nederland. Geld dat wordt geïnvesteerd in  zogenoemde ‘later stage startups’ die dat nodig hebben om verder te kunnen groeien.

Financiering

Anno 2013 wordt er geïnvesteerd in startups, jonger dan vijf jaar en met een financieringsbehoefte van minder dan een miljoen. Er is ook geld voor volwassen bedrijven die zichzelf bewezen hebben. "Voor de grote groep die daartussenin zit is het vinden van financiering echter een probleem", zegt Molenaar.

Het zijn (vaak technische) bedrijven die enkele miljoenen nodig hebben om de langere ontwikkeltijd voor hun dienst of  product te financieren. "Een investering die voor de meeste geldschieters te risicovol is", zegt Molenaar. “Het is namelijk nog maar de vraag of het bedrijf het redt en het duurt soms wel tien jaar voor de investering terugverdiend is.”

Rendement

Om die reden laten institutionele beleggers en banken het ook afweten. "Ze investeren niet in venture capitalfondsen, omdat de rendementen te laag zijn en de fondsen te klein in omvang", zegt Molenaar. Maar ook durfkapitalisten zijn steeds terughoudender in het financieren van deze jonge bedrijven.

Het DVI moet uitkomst bieden. 2014 moet het jaar worden waarin venture capital uit het slop wordt getrokken. "Het fonds maakt investeerders kapitaalkrachtiger en moet andere beleggers over de streep te trekken om geld te steken in deze kwetsbare groep", zegt Molenaar.

Publieke sector

En daarmee blijft de publieke sector een aanzienlijke rol spelen in de kapitaalverschaffing aan jonge bedrijven. In de afgelopen vijf jaar waren overheidsfondsen goed voor ruim 20 procent van de investering van meer dan een miljard euro in starters en doorgroeiers.

Dat geld komt voor een deel van fondsen zoals de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen, die de lokale economie wensen te bevorderen door innovatie te stimuleren. In 2014 krijgen de Nederlandse provincies voor datzelfde doel beschikking over nog eens 300 miljoen euro. "Door de verkoop van de energiemaatschappijen is er extra geld in kas", zegt Molenaar.

Kapitaal

Dat betekent echter niet dat er voldoende kapitaal is voor jonge groeibedrijven. "Van de 1,25 miljard euro aan geworven fondsen door participatiemaatschappijen in 2012, was slechts 170 miljoen voor venture capital", zegt Molenaar. In 2011 was dat 2,26 miljard en 136 miljoen euro.

Er is meer geld nodig. "We hadden gehoopt dat het DVI een groter fonds zou zijn", zegt Molenaar. "Er is zeker nog 150 miljoen euro extra nodig om ook op de lange termijn voldoende impact op de kapitaalmarkt voor doorgroeiers te hebben."

Durf

Het is wachten op durfkapitalisten met lef. Hoop gloort bij de family offices, investeerders met een aanzienlijk privévermogen. "De laatste jaren investeren zij ook vaker in het mkb", zegt Molenaar. "Ze zijn teleurgesteld in de beurs en zoeken naar meer duurzame opties."

En dat zouden andere beleggers, zoals verzekeraars en pensioenfondsen, volgens de NVP ook moeten doen. "Rendement is niet altijd uit te drukken in geld, maar juist ook in maatschappelijke waarde, zoals werkgelegenheid, het milieu of de vergrijzing", zegt Molenaar.