Verschillende eurolanden zijn 'ontvankelijk' voor het Nederlandse voorstel voor een Europees bankenfonds. Dat zei Eurogroepvoorzitter en minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) maandag bij aankomst in Brussel.

Een van de landen die open staat voor een steunfonds met 'nationale compartimenten' is Duitsland, zo liet de bewindsman weten.

Dijsselbloem was donderdag en vrijdag in Berlijn, waar hij sprak met enkele Europese ministers van financiën. Onder anderen de Duitse bewindsman Wolfgang Schäuble en de Franse Pierre Moscovici waren bij het overleg aanwezig. "We hebben daar een aantal kwesties rond de bankenunie verkend", aldus Dijsselbloem.

Volgens de voorzitter van de eurogroep hebben 'verschillende landen' toen hun ideeën aangedragen voor het bankenfonds. "Het is nog helemaal de vraag of daar ook wat mee gebeurt", aldus Dijsselbloem, die herhaalde dat hij nog deze maand een akkoord wil bereiken over het steunfonds.

"Dat is onze opdracht", aldus Dijsselbloem. "Als de regeringsleiders dat willen, dan moeten wij leveren." De bewindsman vergadert samen met de Europese ministers van Financiën en Economische Zaken over de aankleding van het bankenfonds. "Ik ben daar licht optimistisch over", aldus Dijsselbloem.

Nog geen overeenstemming

Tussen de eurolanden is nog geen overeenstemming over het steunfonds. Dijsselbloem is voor een steunfonds met nationale compartimenten. In dat geval zouden Nederlandse banken bijdragen aan een geldpot die in beginsel alleen voor banken uit Nederland bedoeld is. Pas als de bodem van die pot in zicht is, kunnen de banken uit het compartiment van een ander land lenen.

De VVD vindt de afbakening echter onvoldoende en wil volkomen nationale fondsen, zo liet Tweede Kamerlid Mark Harbers donderdag weten. Ook Duitsland zou aanvankelijk een steunfonds met zo'n strikte scheiding willen hebben. Volgens Dijsselbloem zien de Duitsers inmiddels echter ook de voordelen van het Nederlandse voorstel.