Een toezichthouder bij een bedrijf, intern of extern, moet gevreesd en niet bemind worden door de bestuurders van het concern.

Dit zegt Hans de Hoog, zelf 15 jaar lang actief geweest als toezichthouder, in een interview met NUzakelijk.

Tijdens deze tijd heeft hij veel schandalen bij private en semi-publieke bedrijven voorbij zien komen, zoals bij DSB en Vestia. Hij schreef er het boek De Toezichthouder over dat onlangs uitgegeven werd bij Eburon Business.

Zelf vond hij Vestia de meest schokkende zaak. Een onderzoekscommissie concludeerde toen: "De Vestia-casus staat ook apart van andere door de extreme veronachtzaming van alle governance vereisten die leidden tot een unieke combinatie van falen."

Strenger

De Hoog doelt vooral op toezichthouders bij bedrijven zelf, zoals de raad van commissarissen. Deze moeten strenger te werk gaan en de neiging om aardig te worden gevonden tegen gaan. "Toezichthouders moeten het spel van macht en tegenmacht willen en kunnen spelen."

"Zolang toezichthouders niet bereid zijn om macht toe te passen, weet de bestuurder dat hij zijn gang kan gaan." Bij DSB zag De Hoog dat ook ontstaan.

"De commissie Scheltema heeft geoordeeld dat de toezichthouders weliswaar formeel niet heel veel macht hadden, maar ze hadden wel 1 machtsmiddel en dat was schorsing van de bestuurder, maar dat is niet gebeurd."

Rabobank

"De Rabobank is ook een interessante casus. Het gaat mij niet eens om de manipulerende handelaren. Stel dat de commissarissen hier helemaal niet van hadden geweten. Dan kun je je afvragen. Hadden ze dit moeten weten? Hadden ze het wel geweten, hadden ze dan niet eerder moeten ingrijpen?"

"Toen ze het eenmaal te weten waren gekomen, heeft de raad van commissarissen met het wegsturen van de voorzitter van het bestuur Moerland, die bijna met pensioen ging, waarschijnlijk gedacht dat ze daarmee de verantwoordelijkheid van het bestuur voldoende hadden benadrukt."

"Ik zou in dit geval liever hebben gezien dat de raad van commissarissen en de DNB samen in de eerste ronde al hadden besloten om de verantwoordelijke bestuurder weg te sturen. Dan hadden ze het juiste signaal afgegeven, namelijk van toezichthouders die macht uitoefenen."

Toezichtobesitas

De Hoog haalt ook aan dat veel commissarissen en toezichthouders te veel posities bekleden, iets wat hij toezichtobesitas noemt. Dit moet in de eerste plaats tegen worden gegaan. "Ik vind het ook wel een blamage dat de overheid nu wetgeving heeft opgesteld voor het beperken van het aantal  toezichtfuncties voor grote organisaties  Toezichthouders hadden veel eerder zelf moeten besluiten zich een wijze zelfbeperking op te leggen."

Ook een netwerk van commissarissen, oud-bestuursvoorzitters en voormalig topmannen houdt goed toezicht tegen. "Ik heb het meer over een new boys network dan old boys network. Er bestaat inderdaad zo'n semi-exclusief netwerk van mensen die elkaar weten te vinden en te aardig zijn voor elkaar."

Kritiek

Volgens de oud-toezichthouder moeten commissarissen meer hun poot stijf houden als ze kritiek hebben.

"Een recent voorbeeld van een commissaris die dat gedaan heeft. Is Frans Cremers bij Fugro. Hij kwam tamelijk alleen te staan in zijn kritiek dat het bestuur besluiten van de raad van commissarissen niet adequaat  genoeg uitvoerde."

"Hij heeft dat niet gepikt en hij heeft toen ook een kort persbericht uitgedaan. Daarmee maak je duidelijk: 'Tot hier reikt mijn polsstok, het lukt me niet om verder te gaan.'"

De Hoog verwacht dat er in de toekomst nog meer schandalen met falende toezichthouders gaan komen "omdat er nog heel veel toezichthouders  niet over de goede mentaliteit beschikken. Er is nog niet de wil om hard en tijdig in te grijpen."