De Amerikaanse president Barack Obama wil 320 miljoen dollar (237 miljoen euro) uittrekken om de failliete stad Detroit te helpen. 

Het geld is onder meer bedoeld om meer agenten en brandweerlieden naar de stad te halen en het transportsysteem te verbeteren, zal het Witte Huis vrijdag aankondigen.

Detroit draaide ooit volledig op de auto-industrie in de stad, maar werd zwaar getroffen door onder meer de globalisering en de crisis. Het inwonertal halveerde ruim, van 1,8 miljoen rond crca 1950 tot 700.000 nu, en in juli werd de stad failliet verklaard.

De stad kampt met onbetrouwbare buslijnen, kapotte straatverlichting en lange wachttijden op politie of ambulances. Het duurt bijna een uur voordat de politie komt, terwijl dat landelijk gemiddeld 11 minuten is.

Het Witte Huis maakt onder meer 150 miljoen dollar vrij voor de sloop van vervallen panden en het opknappen van wijken. De stad telt bijna 150.000 verlaten woningen of terreinen waar woningen stonden.

De Amerikaanse federale overheid was eerst van plan de stad niet te hulp te schieten, maar komt daar nu op terug. Vrijdag spreken daarom de gouverneur van de staat Michigan, Rick Snyder, de bewindvoerder van Detroit, Kevyn Orr en burgemeester Dave Bing met een grote delegatie uit Washington.

Daarmee zijn onder anderen minister Eric Holder van Justitie, Shaun Donovan van Ruimtelijke Ordening en Anthony Foxx van Transport naar 'Motor City' gekomen.

Motor City

Detroit werd in 1701 door een Fransman gesticht en werd na 95 jaar onderdeel van de VS. In de 19e eeuw beleefde de stad een spectaculaire industriële groei, onder meer met het begin van de auto-industrie. Die bloeide tot in de jaren 50 van de 20e eeuw, toen de neergang inzette.

De crisis van 2008 was de nekslag voor twee van de drie overlevers uit die industrie, GM en Chrysler. Ze werden door de overheid overeind gehouden. De Amerikaanse auto-industrie leeft ondertussen weer op, maar niet in Detroit.