Tijden veranderen, ook voor de Wereldwinkel. Het veranderende koopgedrag en de crisis zorgen voor omzetverlies.

“In die zin zijn we net als elke andere winkelketen”, aldus Huub Jansen, directeur Landelijke Vereniging van Wereldwinkels.

De Wereldwinkels bestaan volgend jaar 45 jaar. In 2011 en 2012 draaiden de winkels voor het eerst in hun bestaan verlies. Ook de omzet loopt terug; de verwachting voor dit jaar ligt op 17 miljoen euro tegenover 19 miljoen in 2012.

“Het is hard werken om de omzet op peil te houden”, geeft Jansen toe. De Landelijke Vereniging, waarbij 271 van de circa 350 Wereldwinkels bij aangesloten zijn, zet dit jaar volop in op vernieuwing. Een nieuwe winkelformule en een landelijke webshop, waar lokale webshops aan gekoppeld zijn, moeten de omzet opkrikken.

“Wereldwinkels zijn er vooral om omzet te genereren voor de producenten. Dan moet je wel rendabele winkels hebben, maar het draait niet om winst.”

Winkels

Alle winkels zijn zelfstandige, lokale initiatieven. Ze financieren zichzelf en dragen 3,5 procent van de omzet af aan de Landelijke Vereniging. De winkels draaien dankzij circa 10.000 vrijwilligers en een aantal, “op maximaal twee handen te tellen”, betaalde medewerkers.

De vereniging probeert de winkels een landelijke uitstraling te geven. "Onze sport is om een retailketen te zijn zonder een strakke formule maar met veel lokale vrijheid. Dat is voor veel winkeliers ook het leuke ervan: kijken waar lokaal behoefte aan is en daarop inspelen."

Jansen ziet de retailprijs voor beste cadeauwinkel als bewijs dat hun werk succesvol is.

Afgesplitst

Toch hebben het laatste jaar 64 wereldwinkels hun lidmaatschap opgezegd. “Sommigen vinden de fee te hoog en hebben het er niet voor over. Anderen hebben hun deuren gesloten.”

In totaal hebben 24 afgesplitste winkels zich verenigd in Stichting Wereldwinkels Nederland. "We vonden dat freeriding op de naam Wereldwinkel. We hebben het voorgelegd aan de rechter, maar die vond dat Wereldwinkel vergelijkbaar is aan het woord supermarkt, een generieke naam die iedereen kan gebruiken.”

Jansen zegt teleurgesteld te zijn in de uitspraak. “We hebben geen hoger beroep aangetekend, want dat geeft alleen maar reuring in negatieve zin. We kijken nu hoe we er het beste op in kunnen springen.”

“De naam Wereldwinkel heeft grote naamsbekendheid en scoort hoog als het om betrouwbaarheid gaat, dus het is zonde om die naam niet te gebruiken. Maar hoe maak je in het geval van een actie voor de consument duidelijk welke winkels wel en niet bij ons zijn aangesloten? We zijn er nog niet uit.”

Leveranciers

Het kantoor van de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels zit in hetzelfde pand als verschillende leveranciers. In Culemborg zitten 26 leveranciers, allen zelfstandige ondernemingen, waarbij elke Wereldwinkel los van elkaar inkoopt.

“We hebben wel een kernassortiment, maar het grootste deel van het aanbod wordt door de winkel zelf bepaald”, legt Jansen uit terwijl hij langs de leveranciers loopt.

Het aanbod varieert van de traditionele beeldjes van hout of zeepsteen tot moderne houten schalen, sieraden, cosmetica en voedingsmiddelen. De meeste producten komen uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika.

Fairtrade

De Landelijke Vereniging bekijkt of deze leveranciers voldoen aan de voorwaarden van fairtrade. “Fairtrade is een gelijkwaardige vorm van ontwikkelingssamenwerking. In feite zeg je tegen de producent: ‘Als de arbeidsomstandigheden goed zijn, betalen wij een goede prijs’.”

“Maar dan moeten er wel producten tegenover staan die wij kunnen verkopen”, voegt Jansen toe. “Wij geven hun toegang tot de Westerse markt. Maar als ik het niet kan verkopen, hebben we geen deal.”

Dat fairtradeproducten als koffie en thee op steeds meer plaatsen verkocht worden, is voor Jansen geen bezwaar. "Wij zijn een idealistische winkelketen. Wij willen dat fairtrade groeit voor de producenten, dat hoeft niet via onze winkels."

"We zijn er trots op dat fairtrade een begrip is geworden. Je werkt met elkaar aan een mooie wereld."