Begin augustus bleek dat de onzekere vooruitzichten van de Nederlandse economie er de afgelopen maanden voor gezorgd hebben dat Nederland steeds meer rente moet betalen over zijn staatsleningen.

Beleggers zijn niet langer bereid geld toe te leggen op korte leningen aan de Nederlandse staat.

Bovendien is de rente op Nederlandse staatsleningen de afgelopen maanden sterker gestegen dan die van andere landen met een triple A-waardering, de hoogste kredietstatus. 

NU.nl legt in vijf vragen uit hoe  het zit met staatsleningen en hun relatie met de economische situatie van een land.

Wat is een staatslening?

Een staatslening, ook wel staatsobligatie genoemd, is een lening van beleggers aan de overheid. Staatsleningen worden uitgegeven om de financieringsbehoefte van de staat te dekken.

De houder van de staatslening heeft een vordering op de staat. Dat betekent dat deze verplicht is om rente en aflossing te betalen.

Een staatslening heeft een looptijd van 2 tot 30 jaar. Kortere leningen noemt het ministerie van Financiën schatkistpapier en deze kunnen een looptijd hebben van 3, 6, 9 of 12 maanden. Aan het einde van de looptijd krijgt de belegger zijn inleg terug. In Nederland worden ze op de markt gebracht door het Agentschap van de Generale Thesaurie.

Hoe werken staatsleningen?

Van essentieel belang om obligaties te begrijpen is het onderscheid tussen de couponrente en het effectief rendement.

De couponrente wordt van te voren vastgesteld. De uitgever van de obligatie zegt toe jaarlijks of halfjaarlijks een bepaald percentage over de waarde van de obligatie te betalen, als vergoeding voor het lenen van het geld van de obligatiehouder en als compensatie voor de inflatie. Deze couponrente kan vast zijn, maar ook variabel.

Het effectief rendement draait om het hele plaatje en wordt bepaald door de couponrente, de prijs van de obligatie en de looptijd. Bij het berekenen van het rendement gaat men ervan uit dat de obligatiehouder de lening tot het einde van de looptijd houdt. In de media wordt het effectief rendement ook vaak aangeduid als 'de rente'.

Het onderscheid tussen effectief rendement en de couponrente kan worden geïllustreerd door de volgende versimpelde rekensom. Een obligatie zonder couponrente met een prijs van 80 euro die over een jaar 100 euro oplevert heeft een effectief rendement van (100/80)-1 = 25 procent. Zonder couponrente kan een obligatie nog steeds een effectief rendement hebben.

Bij de uitgifte van een staatsobligatie, die plaatsvindt via een veiling, wordt de prijs van de staatslening bepaald. De obligatieprijs zit in een wisselwerking met het effectief rendement, ofwel de rente. Als de rente stijgt, neemt de prijs van de obligatie over het algemeen af en andersom. Het effectieve rendement is een maatstaf van wat de markt bereid is te betalen.

Wat betekent negatieve rente?

Soms leveren staatsobligaties een negatieve rente op. Dat betekent dat beleggers geen rentevergoeding krijgen, maar geld moeten toeleggen op hun leningen. Voor de staat is dat natuurlijk heel voordelig.

Beleggers nemen een negatieve rente soms op de koop toe, omdat de zekerheid die een staatsobligatie hen biedt , de onzekerheid van andere beleggingen met hogere rendementen overtreft.  Banken kunnen bijvoorbeeld omvallen, waardoor ze hun geld kwijt kunnen raken.  

Sommige landen worden op een bepaald moment als dusdanig veilig beschouwd, dat beleggers zelfs bereid zijn rente te betalen, om hun geld op een veilige plek te kunnen parkeren.

Wat is het verband tussen staatsleningen en de schuldencrisis?

Overheden worden op hun kredietwaardigheid beoordeeld door kredietbeoordelaars, zoals Fitch, Moody’s en Standard & Poor’s.  Deze rating bepaalt als het ware de kans dat de lening geheel wordt terugbetaald en de bijbehorende rente wordt vergoed.

De kredietbeoordeling van een land hangt af van onder meer de omvang van de staatsschuld, het begrotingsbeleid en de inflatieverwachtingen.  De ratings lopen uiteen van 'zeer betrouwbaar' (triple A) tot 'zeer onbetrouwbaar' (D of Ca).

Hoe lager de kredietwaardigheid van een land, hoe risicovoller een lening aan dat land is. Een staat met een lage rating, zal dan ook meer rente moeten betalen om die risico’s te compenseren.

Oplopende rentes op staatsleningen zijn dan ook een teken dat beleggers het schuldpapier als een risicovolle belegging zien. Daardoor stegen een tijdje geleden de rentes op Italiaanse en Spaanse obligaties, terwijl die op Duitse en Nederlandse daalden. Daar is nu een einde aan gekomen.

Begin augustus bleek dat de onzekere vooruitzichten van de Nederlandse economie ervoor gezorgd hebben dat Nederland steeds meer rente moet betalen over zijn staatsleningen. Beleggers zijn niet langer bereid geld toe te leggen op leningen aan de Nederlandse staat.

Wat zijn spreads?

Een spread is het verschil tussen de rente die beleggers krijgen op een staatslening van een land ten opzichte van die van een ander land. Staatsobligaties van Europese landen worden vaak afgezet tegen de als toonaangevend geziene staatsleningen van het sterkste euroland, Duitsland. 

Het is een graadmeter van vertrouwen in een bepaald land, of juist het gebrek daaraan. Hoe groter de spread, hoe slechter het ervoor staat met het vertrouwen dat beleggers hebben in de kredietwaardigheid van een land, en omgekeerd.  Zo is het verschil tussen de Nederlandse en de Duitse obligaties de laatste tijd verdubbeld.

Bronnen: Rijksoverheid.nl en Morningstar