Luchthaven Schiphol mag voortaan nog maar eens in de 3 jaar de tarieven voor luchtvaartmaatschappijen vaststellen. 

Dit jaar zal de stijging uitkomen op 0,6 procent, meldden staatssecretaris Wilma Mansveld (Luchtvaart) en minister Henk Kamp (Economische Zaken) woensdag aan de Tweede Kamer.

Voortaan zullen luchtvaartmaatschappijen door Schiphol worden betrokken bij het tot stand komen van de tarieven. Ook mogen zij meepraten over de investeringen van de luchthaven.

Dat is vooral gunstig voor Air France-KLM, dat samen met haar partners verantwoordelijk is voor 70 procent van de vluchten op Schiphol.

Een woordvoerster van KLM verwelkomde de afspraken. Schiphol en KLM hebben elkaar hard nodig om de concurrentie uit het buitenland het hoofd te kunnen bieden, zei zij. De twee bedrijven lagen in het verleden herhaaldelijk in de clinch over de hoogte van de tarieven.

Opbrengst verhuur

Verder is afgesproken dat de opbrengst uit verhuur van bijvoorbeeld vastgoed, grond en winkels en horeca moet bijdragen aan de activiteiten voor de luchtvaart. Dat geeft Schiphol de mogelijkheid om te investeren in de luchthaven en tegelijk de jaarlijkse stijging van tarieven te beperken.

Met name dat laatste is al jaren een wens van de luchtvaartmaatschappijen. Voorzitter Frank Allard van de branchevereniging Barin sprak dan ook van ,,een bemoedigende ontwikkeling''. Wel zei hij de details van de gemaakte afspraken nog te moeten bestuderen.

Kamp en Mansveld hopen met de afspraken Schiphol aantrekkelijk te houden. Volgens de bewindslieden vraagt de concurrentie met andere grote luchthavens om scherpe tarieven voor de luchtvaartmaatschappijen.