Het vaarverbod op delen van de Rijn in Duitsland is een strop voor Nederlandse binnenvaartschippers, maar wel een die behoort tot de ''normale bedrijfsrisico's''.

Dat zei een woordvoerster van Koninklijke Schuttevaer, belangenbehartiger van de beroepsbinnenvaart op nautisch en technisch gebied.

In Duitsland geldt op meerdere plaatsen een vaarverbod, onder andere tussen Speyer en Bingen, wegens hoogwater als gevolg van de hevige regenval.

''Schippers weten dat ze een tot twee keer per jaar te maken krijgen met hinder door hoog- of laagwater, maar hoogwater zo laat in het voorjaar komt zelden voor'', legt de woordvoerster dinsdag uit.

10 centimeter hoger of lager scheelt al gauw gemiddeld 100 ton dat per schip meer of minder kan worden meegenomen. Daarbij geldt dat een hoge waterstand gunstig is voor de verlader (de opdrachtgever), omdat dan per schip meer lading kan worden gegeven.

Gunstig

Laagwater pakt over het algemeen gunstig uit voor de binnenvaart, omdat dan meer schepen moeten worden ingezet om dezelfde lading te kunnen vervoeren. ''Een vaarverbod pakt uiteraard ongunstig uit voor zowel de schipper als de verlader'', benadrukt de woordvoerster.

De Rijn, de drukst bevaren rivier in Europa, is voor het overgrote deel het werkterrein van Nederlandse schippers.